Meer info
     

08/06/1867 Strafwetboek
Strafwetboek van 8 juni 1867

Artikel 37ter

§ 1

Indien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, kan de rechter als hoofdstraf een werkstraf opleggen. Binnen de perken van de op het misdrijf gestelde straffen, alsook van de wet op grond waarvan de zaak voor hem werd gebracht, voorziet de rechter in een gevangenisstraf of in een geldboete die van toepassing kan worden ingeval de werkstraf niet wordt uitgevoerd.
De werkstraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten die bedoeld zijn in:
artikel 347bis;
de artikelen 375 tot 377;
de artikelen 379 tot [387], indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;
de artikelen 393 tot 397;
artikel 475.

§ 2

De duur van een werkstraf bedraagt minstens twintig uren en ten hoogste driehonderd uren. Een werkstraf van vijfenveertig uren of minder is een politiestraf. Een werkstraf van meer dan vijfenveertig uren is een correctionele straf.
De werkstraf moet worden uitgevoerd binnen twaalf maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. De probatiecommissie kan die termijn ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde verlengen.

§ 3

Indien een werkstraf door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf en hoort hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de werkstraf slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven.
De rechter die weigert een werkstraf uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden.

§ 4

De rechter bepaalt de duur van de werkstraf en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling van de werkstraf.]
Wetshistoriek
§ 1 gewijzigd bij art. 103 W. 17 mei 2006 (B.S., 15 juni 2006), met ingang van 1 februari 2007 (art. 1 K.B. 22 januari 2007 (B.S., 26 januari 2007 (derde uitg.))).
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 3 W. 17 april 2002 (B.S., 7 mei 2002), met ingang van 7 mei 2002 (art. 15).