[De aanranding van de eerbaarheid, met geweld of bedreiging gepleegd op personen van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Wordt de aanranding gepleegd op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting [van vijf jaar tot tien jaar].
Is de minderjarige geen volle zestien jaar oud, dan is de straf [opsluiting] van tien jaar tot vijftien jaar.]
Vervangen bij art. 49 W. 15 mei 1912 (B.S., 27-29 mei 1912) en gewijzigd bij art. 7 W. 28 november 2000 (B.S., 17 maart 2001 (tweede uitg.)).
Impliciet gewijzigd bij art. 3 W. 10 juli 1996 (B.S., 1 augustus 1996).