08/06/1867 Strafwetboek
Strafwetboek van 8 juni 1867
Artikel 410
[Indien de schuldige, in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf pleegt tegen zijn vader, moeder of andere bloedverwanten [in de rechte opgaande lijn of in de zijlijn tot de vierde graad], wordt de minimumstraf bedoeld in die artikelen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.]
[...]
[Hetzelfde geldt [...] ingeval de schuldige de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft.][Bovendien wordt de maximumstraf, in het geval bepaald in artikel 398, eerste lid, verhoogd tot gevangenisstraf van een jaar.]
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 2 W. 24 november 1997 (B.S., 6 februari 1998), bij art. 30, 1° tot 3° W. 28 november 2000 (B.S., 17 maart 2001 (tweede uitg.)), bij art. 2 W. 28 januari 2003 (B.S., 12 februari 2003 (eerste uitg.)) en bij art. 12 Wet 26 november 2011 (BS 23 januari 2012).
Voorgeschiedenis
Gewijzigd bij art. 59 W. 15 mei 1912 (B.S., 27-29 mei 1912) en bij art. 96 W. 31 maart 1987 (B.S., 27 mei 1987).