Meer info
     

05/05/1997 Wet duurzame ontwikkeling
Wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling

Hoofdstuk IV Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

Artikel 10

Er wordt een Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling opgericht.

Artikel 11

[§ 1

De Raad heeft als opdracht:
advies te verlenen over maatregelen betreffende het federale en Europese beleid inzake duurzame ontwikkeling, genomen of in het vooruitzicht gesteld door de federale overheid, in het bijzonder in uitvoering van de internationale verbintenissen van België;
een forum te zijn waar gedebatteerd kan worden over duurzame ontwikkeling;
wetenschappelijke studies voor te stellen in domeinen die verband houden met duurzame ontwikkeling;
de actieve medewerking op te wekken van de openbare en particuliere organisaties alsook de burgers om deze doelstellingen te verwezenlijken.

§ 2

De Raad oefent de in paragraaf 1 bedoelde opdrachten uit op eigen initiatief of op het verzoek van de ministers of Staatssecretarissen, van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat.

§ 3

Hij kan beroep doen op federale overheidsdiensten en publieke instellingen om hem bij te staan in het vervullen van zijn opdrachten. Hij kan ieder persoon uitnodigen wiens medewerking nuttig wordt geacht voor het onderzoek van sommige vragen.

§ 4

De Raad brengt zijn advies uit binnen de drie maanden na het verzoek ertoe. In geval van hoogdringendheid kan de opdrachtgever een kortere termijn voorschrijven. Deze termijn kan evenwel niet korter zijn dan twee weken.

§ 5

De Raad stelt een jaarlijks rapport op over zijn werkzaamheden. Het rapport wordt gestuurd naar de Ministerraad, naar de Wetgevende Kamers en naar de parlementen en Regeringen van de Gemeenschappen en Gewesten.

§ 6

De minister geeft het gevolg aan dat door de Regering is gegeven aan het advies van de Raad alsook, in voorkomend geval, de redenen waarom zij van het advies van de Raad afwijkt.]
Wetshistoriek
Vervangen bij art. 17 Wet 30 juli 2010 (BS 14 oktober 2010).

Artikel 12

[§ 1

De Raad is samengesteld uit:
een erevoorzitter;
een voorzitter;
drie ondervoorzitters;
vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld waarvan de Koning het aantal en de indeling in categorieën vaststelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad; daarbij wordt toegezien op een evenwichtige vertegenwoordiging van de economische spelers alsook van de verenigingen voor milieubescherming en ontwikkelingssamenwerking, zoals is bepaald sinds de in 1992 gehouden Conferentie van de Verenigde Naties in Rio;
[zes vertegenwoordigers van de wetenschappelijke milieus die aan de Koning ter benoeming worden voorgedragen na een kandidaten-oproep en selectie voor een hernieuwbaar mandaat van vijf jaar;]
één vertegenwoordiger van elke minister of staatssecretaris;
[elke Gewest- en Gemeenschapsregering] worden uitgenodigd een vertegenwoordiger aan te wijzen.

§ 2

De leden bedoeld in paragraaf 1, eerste tot vierde streep, worden door de Koning benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor een hernieuwbare periode van [vijf jaar].

§ 3

De leden bedoeld in paragraaf 1, eerste tot vierde streep, duiden een plaatsvervanger aan. Indien een lid verhinderd is, neemt zijn plaatsvervanger deel aan de vergaderingen van de Raad.

§ 4

De leden bedoeld in paragraaf 1, eerste, [vijfde, zesde en zevende] streep, hebben een raadgevende stem.

§ 5

Het bureau wordt gevormd door de leden bedoeld in paragraaf 1, eerste tot derde streep.]

[§ 6

De in § 1, vijfde streepje, bedoelde kandidatenoproep en -selectie worden georganiseerd door en onder het gezag van het in § 5 bedoelde bureau van de Raad, en dit ten vroegste zes maanden voor het verstrijken van het mandaat van de zes vertegenwoordigers van de wetenschappelijke milieus in de Raad. De oproep tot kandidaturen wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De selectie resulteert in een voorstel van rangschikking van de kandidaten. Dit voorstel wordt aan de minister meegedeeld. De minister stelt de rangschikking vast, deelt deze mee aan het bureau van de Raad en draagt de eerste zes laureaten voor ter benoeming aan de Koning.
]

[§ 7

Als het mandaat van een in § 1, vierde streepje, bedoeld lid, openvalt voor het verstrijken van dat mandaat, wordt de in § 3 bedoelde plaatsvervanger, lid van de Raad voor de resterende duur van dat mandaat. Deze opvolging wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Op zijn beurt wijst het nieuwe lid een plaatsvervanger aan.
Als het mandaat van een in § 1, vijfde streepje, bedoeld lid openvalt voor het verstrijken van dat mandaat, coöpteert de Raad de eerstvolgende beschikbare kandidaat van de rangschikking als lid voor de resterende duur van dat mandaat. Deze coöptatie wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
]
Wetshistoriek
Art. vervangen bij art. 18 Wet 30 juli 2010 (BS 14 oktober 2010).
§ 1 gewijzigd bij art. 2, 1° en 2° Wet 12 november 2012 (BS 29 november 2012).
§ 2 gewijzigd bij art. 2, 3° Wet 12 november 2012 (BS 29 november 2012).
§ 4 gewijzigd bij art. 2, 4° Wet 12 november 2012 (BS 29 november 2012).
§§ 6 en 7 ingevoegd bij art. 2, 5° Wet 12 november 2012 (BS 29 november 2012).

Artikel 13

De Raad stelt zijn huishoudelijk reglement op. Dit reglement moet onder andere voorzien in een regeling betreffende:
de organen waardoor de raad zijn opdrachten verzekert;
de wijze van bijeenroeping en beraadslaging;
de bekendmaking van de handelingen;
de periodiciteit van de vergaderingen.
[De Koning stelt dit reglement vast bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.]
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 19 Wet 30 juli 2010 (BS 14 oktober 2010).

Artikel 14

[De Raad beschikt over een permanent secretariaat, dat naast personeel met een administratieve opleiding eveneens personeel met een wetenschappelijke opleiding omvat. Het secretariaat staat onder het gezag van het bureau.
Het personeel van het secretariaat wordt aangeworven door het bureau. Bovendien kan de regering mits de Raad hiermee instemt, statutair of contractueel personeel van de Staat ter beschikking stellen van de Raad, ten einde het secretariaat van de Raad te versterken en de samenwerking tussen de Raad en de federale overheidsdiensten te bevorderen.]
Wetshistoriek
Vervangen bij art. 85 W. 30 december 2001 (B.S., 31 december 2001), met ingang van 1 januari 2002 (art. 168).

Artikel 15

[De Raad beschikt over een dotatie ten laste van de federale begroting, aangerekend op de kredieten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.]
Wetshistoriek
Vervangen bij art. 20 Wet 30 juli 2010 (BS 14 oktober 2010).