Meer info
     

10/10/1957 Verdrag verstekelingen
Internationaal verdrag van 10 oktober 1957 nopens de verstekelingen

(BS 29 januari 1976)
Goedkeuring
Aangenomen te Brussel op 10 oktober 1957 en goedgekeurd bij enig art., b) W. 18 juli 1973 (B.S., 29 januari 1976).
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
De wenselijkheid erkennende om in gemeen overleg enige eenvormige regelen vast te stellen betreffende de verstekelingen, hebben beslaten te dien einde een Verdrag te sluiten en zijn dienvolgens overeengekomen als volgt:

Artikel 1

In dit Verdrag hebben de volgende uitdrukkingen hierna de omschreven betekenis:
Onder “verstekeling” wordt verstaan een persoon die, in enige haven of nabijgelegen plaats, zich op een schip verbergt zonder de toestemming van de scheepseigenaar of van de kapitein of van een andere persoon die voor het schip verantwoordelijk is, en aan boord is nadat bet schip die haven of plaats heeft verlaten.
Onder “haven van inscheping” wordt verstaan de haven of een nabijgelegen plaats, waar een verstekeling aan boord gaat van het schip waarop hij wordt gevonden.
Onder “haven van ontscheping” wordt verstaan de haven waarin de verstekeling aan de bevoegde overheid wordt overgeleverd volgens de voorschriften van dit Verdrag.
Onder “bevoegde overheid” wordt verstaan de zich in de haven van ontscheping bevindende persoon of dienst welke door de Regering van de Staat waarin die haven is gelegen, gerechtigd is verstekelingen te ontvangen en te behandelen overeenkomstig de voorschriften van dit Verdrag.
Onder “eigenaar” is begrepen iedere bevrachter krachtens een overdrachtscharter.

Artikel 2

(1)
Indien in de loop van een reis van een schip dat in een Verdragsluitende Staat is teboekgesteld of de vlag van deze Staat voert, een verstekeling in een haven of op zee wordt gevonden, kan de kapitein van het schip, onder voorbehoud van het bepaalde in paragraaf (3), de verstekeling overleveren aan de bevoegde overheid van de eerste haven van een Verdragsluitende Staat, welke het schip aandoet nadat de verstekeling is gevonden en waarin, naar zijn mening, de verstekeling overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag zal behandeld worden.
(2)
Wanneer de verstekeling aan de bevoegde overheid wordt overgeleverd, geeft de kapitein van het schip aan die overheid een ondergetekende verklaring af waarin alle beschikbare inlichtingen over deze verstekeling worden opgegeven en inzonderheid nopens zijn nationaliteit of nationaliteiten, de haven van zijn inscheping, de datum, het uur en de geografische ligging van Wet schip toen de verstekeling werd gevonden alsmede de vermelding van de haven waaruit het schip is vertrokken en van de daaropvolgende aanleghavens met de data van aankomst en vertrek.
(3)
Tenzij een verstekeling onder een individuele maatregel van uitzetting, terugwijzing of terugdrijving valt, moet de bevoegde overheid van een Verdragsluitende Staat iedere verstekeling die haar overeenkomstig het in dit artikel bepaalde wordt overgeleverd ontvangen en hem behandelen volgens de voorschriften van dit Verdrag.

Artikel 3

Wanneer een verstekeling in de haven van ontscheping aan de bevoegde overheid wordt overgeleverd:
(1)
Kan deze overheid hem terugsturen naar elke Staat waarvan hij, in haar opvatting, een onderdaan is en welke hem, naar zij meent, als dusdanig erkent.
(2)
Wanneer echter de Staat of Staten, waarvan naar de mening van de bevoegde overheid, de verstekeling een onderdaan is, weigert of weigeren zijn terugzending te aanvaarden of wanneer de bevoegde overheid de overtuiging heeft dat de verstekeling geen nationaliteit bezit of dat hij, om in artikel 5, (2), vermelde redenen, niet naar zijn eigen land zou dienen teruggestuurd, kan bedoelde overheid, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 5, (2), de verstekeling terugsturen naar de Staat waarin de haven gelegen is, welke zij als de haven van zijn inscheping beschouwt.
(3)
Verder kan de bevoegde overheid, indien de verstekeling niet kan teruggestuurd worden volgens het in paragraaf (1) of (2) van dit artikel bepaalde, hem, onder voorbehoud van de beschikkingen van artikel 5, (2), terugsturen naar de Staat, waarin de laatste aanleghaven gelegen is alvorens hij werd gevonden.
(4)
Wanneer tenslotte een verstekeling niet kan teruggestuurd worden overeenkomstig het in paragraaf (1), (2), of (3) van dit artikel bepaalde, kan de bevoegde overheid hem terugsturen naar de Verdragsluitende Staat wiens vlag het schip voerde toen de verstekeling werd gevonden.
De Staat waarheen de verstekeling aldus wordt teruggestuurd, is ertoe gehouden hem te ontvangen onder voorbehoud van het bepaalde in paragraaf (3) van artikel 2.

Artikel 4

De kosten voor het onderhoud van een verstekeling in de haven van zijn ontscheping alsmede deze voor zijn terugzending naar de Verdragsluitende Staat, waarvan hij een onderdaan is, worden door de eigenaar van het schip gedragen die het recht heeft eventueel verhaal te nemen op de Staat waarvan de verstekeling een onderdaan is.
In alle andere gevallen draagt de eigenaar van het schip de terugzendingskosten doch hij moet de onderhoudskosten slechts dragen gedurende drie maanden ingaande op de datum van de overlevering van de verstekeling aan de bevoegde overheid.
De eventuele verplichting van bewaargeving of borgstelling tot zekerheid van betaling van voormelde kosten wordt geregeld bij de nationale wet van de haven van ontscheping.

Artikel 5

(1)
De bevoegdheden welke bij dit Verdrag aan de kapitein van het schip en aan de bevoegde overheid worden verleend om over een verstekeling te beschikken, worden aan de rechten en verplichtingen welke zij terzake kunnen hebben, toegevoegd en doen hieraan geen afbreuk.
(2)
Voor de toepassing van het in dit Verdrag bepaalde, nemen de kapitein en de bevoegde overheid van de haven van ontscheping de redenen in acht welke de verstekeling mocht inroepen om niet te worden ontscheept in of teruggestuurd naar gelijk welke haven of Staat vermeld in dit Verdrag.
(3)
De voorschriften van dit Verdrag doen geenszins afbreuk aan de rechten en verplichtingen welke een Verdragsluitende Staat mocht hebben inzake het verlenen van politiek asiel.

Artikel 6

Dit Verdrag staat ter ondertekening open voor de Staten vertegenwoordigd op de tiende zitting van de Diplomatieke Zeerechtconferentie.

Artikel 7

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden neergelegd bij de Belgische Regering, die van deze nederlegging langs diplomatieke weg aan alle ondertekenende en toetredende Staten kennis geeft.

Artikel 8

(1)
Dit Verdrag treedt voor de eerste tien Staten die ze bekrachtigd hebben, in werking zes maanden na de datum waarop de tiende akte van bekrachtiging is neergelegd.
(2)
Zij treedt voor iedere ondertekenende Staat die het Verdrag na de neerlegging van de tiende akte van bekrachtiging heeft bekrachtigd, in werking zes maanden na de datum waarop zijn akte van bekrachtiging is neergelegd.
Inwerkingtreding
Dit verdrag is nog niet in werking getreden.

Artikel 9

Iedere Staat die op de tiende zitting van de Diplomatieke Zeerechtconferentie niet vertegenwoordigd was, kan tot dit Verdrag toetreden.
De akten van toetreding worden neergelegd bij de Belgische Regering, die daarvan langs diplomatieke weg aan alle ondertekenende en toetredende Staten mededeling doet.
Het Verdrag treedt voor de toetredende Staat in werking zes maanden na de datum waarop zijn akte van toetreding is neergelegd, doch niet vóór de datum van de bij artikel 8, (1), vastgestelde inwerkingtreding van het verdrag.

Artikel 10

Iedere Hoge Verdragsluitende Partij heeft het recht dit Verdrag op elk tijdstip nadat het ten haren opzichte in werking is getreden, op te zeggen. Deze opzegging wordt echter pas van kracht een jaar na de datum waarop de Belgische Regering de kennisgeving der opzegging heeft ontvangen. Deze doet hiervan langs diplomatieke weg aan alle ondertekenende en toetredende Staten mededeling.

Artikel 11

(1)
Iedere Hoge Verdragsluitende Partij kan hij de bekrachtiging, de toetreding of nadien, schriftelijk de Begische Regering ervan in kennis stellen dat dit Verdrag toepasselijk is op de gebieden of op sommige gebieden voor welker internationale betrekkingen zij verantwoordelijk is. Het Verdrag is dan op de genoemde begieden toepaaselijk zes maanden na de datum van ontvangst dezer kennisgeving door de Belgische Regering doch nier vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag ten opzichte van die Hoge Verdragsluitende Partij.
(2)
Iedere Hoge Verdragsluitende Partij die overeenkomstig paragraaf (1) van dit artikel heeft verklaard dat de toepasselijkheid van het Verdrag wordt uitgebreid tot de gebieden of sommige gebieden voor welker internationale betrekkingen zij verantwoordelijk is, kan te allen tijde de Belgische Regering ervan in kennis stellen dat het verdrag niet meer op bedoelde gebieden toepasselijk is. Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Belgische Regering de kennisgeving der opzegging heeft ontvangen.
(3)
De Belgische Regering doet langs diplomatieke weg aan alle ondertekenende en toetredende Staten mededeling van de kennisgevingen welke zij ingevolge dit artikel ontvangt.

Artikel 12

Iedere Hoge Verdragsluitende Partij kan, na het verstrijken van drie jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag te haren opzichte, de bijeenroeping vragen van een conferentie die oordelen moet over elk voorstel tot herziening van dit Verdrag.
Iedere Hoge Verdragsluitende Partij die van dit recht gebruik wenst te maken doet daarvan mededeling aan de Belgische Regering, die de Conferentie binnen zes maanden bijeenroept.
Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.
Gedaan te Brussel, op 10 oktober 1957, in de franse en de Engelse taal welke beide teksten gelijkelijk authentiek zijn, in een enkel exemplaar dat neergelegd zal blijven in het archief van de Belgische Regering, die daarvan eensluidende gewaarmerkte afschriften zal afgeven.
Gebonden staten
De lijst van de gebonden partijen, de data van bekrachtiging en/of inwerkingtreding, de eventuele voorbehouden, verklaringen en andere informatie zijn te raadplegen op de volgende website:
http://diplomatie.belgium.be/