Meer info
     

01/06/1995 Vlarem II
Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (titel II van het VLAREM)

Subafdeling 2.2.4.4 Geluidsactieplannen
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 4 B. Vl. Reg. 22 juli 2005 (B.S., 31 augustus 2005 (tweede uitg.)).
Wetshistoriek
Opschrift vervangen bij art. 8 B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).
Artikel 2.2.4.4.1

§ 1

Uiterlijk tegen 18 juli 2008, legt de Vlaamse Minister, op voorstel van het bestuur, de [geluidsactieplannen] die bestemd zijn voor de beheersing van het omgevingslawaai:
a)
op plaatsen nabij belangrijke wegen waarop jaarlijks meer dan zes miljoen [motorvoertuigen] passeren, nabij belangrijke spoorwegen waarop jaarlijks meer dan 60.000 treinen passeren en nabij belangrijke luchthavens;
b)
in agglomeraties met meer dan 250.000 inwoners;
ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering voor.

§ 2 [

Uiterlijk tegen 18 juli 2023 legt de Vlaamse minister, op voorstel van het bestuur, de geluidsactieplannen die bestemd zijn voor de beheersing van het omgevingslawaai op plaatsen nabij belangrijke wegen waarop jaarlijks meer dan 3 miljoen [motorvoertuigen] passeren en belangrijke spoorwegen waarop jaarlijks meer dan 30.000 treinen passeren, ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.
Uiterlijk tegen 18 juli 2023 keurt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente die binnen een agglomeratie met meer dan 100.000 inwoners ligt, op voorstel van het bestuur de geluidsactieplannen goed die bestemd zijn voor de beheersing van het omgevingslawaai en die voor het grondgebied van toepassing zijn. Vervolgens worden de geluidsactieplannen aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
]

§ 3

Voor de [geluidsactieplannen] kunnen andere geluidsbelastingsindicatoren worden gehanteerd dan Lden en Lnight.

§ 4

De [geluidsactieplannen] hebben onder meer tot doel de stiltegebieden in agglomeraties en stiltegebieden op het platteland te beschermen tegen een toename van geluidshinder.

§ 5 [

De uitgewerkte maatregelen zijn gericht op het oplossen van prioritaire problemen die kunnen worden bepaald op grond van de overschrijding van toepasselijke drempelwaarden of andere criteria, die door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld, en zijn in de eerste plaats van toepassing op de belangrijkste zones zoals vastgesteld in de strategische geluidsbelastingkaarten.
]

§ 6

De [geluidsactieplannen] moeten voldoen aan de minimumeisen vermeld in Bijlage 2.2.4.5 van dit besluit.

§ 7

De [geluidsactieplannen] worden in geval van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidssituatie en in ieder geval om de vijf jaar na de datum van goedkeuring geëvalueerd en zo nodig aangepast. [De evaluatie en aanpassingen, die ingevolge de eerste zin in 2023 moeten plaatsvinden, worden uitgesteld naar uiterlijk 18 juli 2024.]]

[§ 8 [

De geluidsactieplannen voor de belangrijke wegen, belangrijke spoorwegen en belangrijke luchthavens en elke wijziging en herziening ervan worden opgesteld op de volgende wijze:
het ontwerp van geluidsactieplannen wordt door de Vlaamse minister, na kennisgeving aan de Vlaamse Regering, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van een maand ter inzage gelegd bij het bestuur. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk of via e-mail indienen bij het bestuur;
tegelijkertijd met de bekendmaking ervan wordt het ontwerp bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een vervaltermijn van een maand nadat ze het ontwerp hebben ontvangen. Die adviezen zijn niet bindend;
de geluidsactieplannen worden vastgesteld door de Vlaamse Regering, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. Als de Vlaamse Regering het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen of de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen geheel of gedeeltelijk niet volgt, verantwoordt ze dat in een verslag, dat gevoegd wordt bij de geluidsactieplannen bij de bekendmaking, vermeld in punt 4°;
de geluidsactieplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en liggen ter inzage bij het bestuur met het oog op een degelijke informering.
De geluidsactieplannen voor agglomeraties en elke wijziging en herziening ervan worden opgesteld op de volgende wijze:
het ontwerp van geluidsactieplannen wordt door de burgemeester, na kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van een maand ter inzage gelegd bij het bestuur. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk of via e-mail indienen bij het bestuur;
tegelijkertijd met de bekendmaking ervan wordt het ontwerp bezorgd aan de relevante gemeentelijke adviesraden, waaraan wordt gevraagd een met redenen omkleed advies uit te brengen binnen een vervaltermijn van een maand nadat ze het ontwerp hebben ontvangen. Die adviezen zijn niet bindend;
de geluidsactieplannen worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. Als het college van burgemeester en schepenen het advies van de relevante gemeentelijke adviesraden geheel of gedeeltelijk niet volgt, verantwoordt ze dat in een verslag, dat gevoegd wordt bij de geluidsactieplannen bij de bekendmaking, vermeld in punt 4°;
de geluidsactieplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en liggen ter inzage bij het bestuur met het oog op een degelijke informering.
]]

§ 9

Dit artikel voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai.]
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 4 B. Vl. Reg. 22 juli 2005 (B.S., 31 augustus 2005 (tweede uitg.)).
Wetshistoriek
§ 1, enig lid:
inleidende bepaling gewijzigd bij art. 9, 1° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2));
a) gewijzigd bij art. 5 B.Vl.Reg. 3 mei 2019 (BS 26 september 2019), met ingang van 1 oktober 2019 (art. 306).
§ 2 vervangen bij art. 6, 1° B.Vl.Reg. 3 mei 2019 (BS 20 juni 2019 (ed. 2)), met ingang van 11 april 2022 (art. 5 B.Vl.Reg. 28 januari 2022 (BS 1 april 2022)) en gewijzigd bij art. 5 B.Vl.Reg. 3 mei 2019 (BS 26 september 2019), met ingang van 1 oktober 2019 (art. 306).
§ 3 gewijzigd bij art. 9, 1° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).
§ 4 gewijzigd bij art. 9, 2° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).
§ 5 vervangen bij art. 9, 3° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).
§ 6 gewijzigd bij art. 9, 2° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).
§ 7 gewijzigd bij art. 9, 2° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)) en bij art. 3 B.Vl.Reg. 28 januari 2022 (BS 1 april 2022).
§ 8 ingevoegd bij art. 5 B.Vl.Reg. 20 november 2009 (BS 23 februari 2010) en vervangen bij art. 6, 2° B.Vl.Reg. 3 mei 2019 (BS 20 juni 2019 (ed. 2)), met ingang van 11 april 2022 (art. 5 B.Vl.Reg. 28 januari 2022 (BS 1 april 2022)).
§ 9 ingevoegd bij art. 5 B.Vl.Reg. 20 november 2009 (BS 23 februari 2010).
Voorgeschiedenis
§ 2 gewijzigd bij art. 9, 1° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).
§ 8, enig lid:
inleidende bepaling gewijzigd bij art. 9, 2° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2));
1°, 3° en 4° gewijzigd bij art. 9, 4° B.Vl.Reg. 16 december 2016 (BS 17 februari 2017 (ed. 2)).