Meer info
     

19/11/2010 Energiebesluit
Besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid

Afdeling II Berekening van de onrendabele toppen en de bandingfactoren voor groenestroom- en warmtekrachtkoppeling voor projecten uit representatieve projectcategorieën met startdatum vanaf 1 januari 2013

Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Onderafdeling I Berekening van de onrendabele toppen en bandingfactoren voor nieuwe groenestroomprojecten
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Artikel 6.2/1.2
Het [VEKA] berekent voor nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013 de onrendabele toppen en bandingfactoren op basis van de meest kostenefficiënte en performante type-installaties voor de volgende representatieve projectcategorieën:
[...]
[
a)
[nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot [2,5 MWe]:
1)
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
2)
andere projecten;
]
b)
nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine [vanaf 2,5 MWe] tot en met 4,5 MWe:
1)
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
2)
andere projecten;
]
[nieuwe biogasinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 5 MWe:
a)
voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van:
1)
biogasinstallaties op stortgas,
2)
biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib;
3)
biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie;
verder opgesplitst in een subcategorie
1)
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
2)
andere projecten;
b)
voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie:
1)
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
2)
andere projecten;
]
[nieuwe biogasinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 5 MWe tot en met 20 MWe voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van:
a)
biogasinstallaties op stortgas;
b)
biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib;
c)
biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie;
verder opgesplitst in een subcategorie
1)
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
2)
andere projecten;
]
[...]
[...]
[...]
[...]
[In afwijking van het eerste lid worden de productie-installaties, vermeld in het eerste lid, die aangesloten zijn op een directe lijn en daarin injecteren, ingedeeld in een niet-representatieve projectcategorie, vermeld in artikel 6.2/1.7, indien ze voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden.]
[Voor de indeling in de representatieve projectcategorieën vermeld in het eerste lid, worden projecten op verschillende sites beschouwd als verschillende projecten. [...]]
[De minister kan nadere regels vaststellen betreffende de indeling van biogasinstallaties en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde inputstromen, en legt het betreffende ministerieel besluit voorafgaand aan de ondertekening als mededeling voor aan de Vlaamse Regering.]
Het [VEKA] gebruikt voor haar berekening de berekeningsmethodiek en de parameters, zoals bepaald in bijlage III/1.
Een aanvraag om bijkomende representatieve projectcategorieën toe te voegen, kan ingediend worden bij het [VEKA]. Het [VEKA] stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Wetshistoriek
Lid 1:
inleidende bepaling gewijzigd bij art. 60 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221);
1° opgeheven bij art. 2, 1° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1)),met ingang van 17 juli 2021, wat betreft de invoering van een steunregeling voor middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines en wat betreft nuttige groene warmte, restwarmte en de injectie en productie van biomethaan (art. 14 MB Vl.Reg. 22 februari 2021 (BS 19 maart 2021 (ed. 1)));
2° tot 4° vervangen bij art. 8, 1° B.Vl.Reg. 15 december 2017 (BS 26 januari 2018), van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2019 en, voor de wijzigingen met betrekking tot zonne-energie, biomassa en biogas, op projecten met startdatum vanaf 1 april 2018 (art. 24);
2°, a) vervangen bij art. 2 B.Vl.Reg. 7 september 2018 (BS 18 september 2018), met ingang van 1 januari 2019 (art. 6) en gewijzigd bij art. 4, 1° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
2°, b) gewijzigd bij art. 4, 2° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
5° tot 7° opgeheven bij art. 4, 3° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
8° opgeheven bij art. 8 B.Vl.Reg. 15 juli 2016 (BS 15 september 2016).
Lid 2 ingevoegd bij art. 13 B.Vl.Reg. 30 november 2018 (BS 27 december 2018 (ed. 1)), van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2019 (art. 72).
Lid 3 ingevoegd bij art. 8, 2° B.Vl.Reg. 15 december 2017 (BS 26 januari 2018), van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2019 en, voor de wijzigingen met betrekking tot zonne-energie, biomassa en biogas, op projecten met startdatum vanaf 1 april 2018 (art. 24) en gewijzigd bij art. 2, 2° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1)), met ingang van 17 juli 2021, wat betreft de invoering van een steunregeling voor middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines en wat betreft nuttige groene warmte, restwarmte en de injectie en productie van biomethaan (art. 14 MB Vl.Reg. 22 februari 2021 (BS 19 maart 2021 (ed. 1))).
Lid 4 ingevoegd bij art. 12, 2° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017), van toepassing op installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2018 (art. 29).
Lid 5 gewijzigd bij art. 60 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Lid 6 gewijzigd bij art. 60 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Overgangsbepaling(en)
Overgangsbepalingen:
art. 13, §§ 1 en 2 B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
art. 17, § 2 B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1)).
Voorgeschiedenis
Lid 1:
1° vervangen bij art. 1 B.Vl.Reg. 29 mei 2015 (BS 4 juni 2015 (ed. 2)) en bij art. 8, 1° B.Vl.Reg. 15 december 2017 (BS 26 januari 2018), van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2019 en, voor de wijzigingen met betrekking tot zonne-energie, biomassa en biogas, op projecten met startdatum vanaf 1 april 2018 (art. 24);
2° tot 7° vervangen bij art. 12, 1° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017), van toepassing op installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2018 (art. 29) en bij art. 8, 1° B.Vl.Reg. 15 december 2017 (BS 26 januari 2018), van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2019 en, voor de wijzigingen met betrekking tot zonne-energie, biomassa en biogas, op projecten met startdatum vanaf 1 april 2018 (art. 24).
Onderafdeling II Berekening van de onrendabele toppen en bandingfactoren voor lopende groenestroomprojecten
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Artikel 6.2/1.3
[Het [VEKA] herberekent voor lopende projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013 de onrendabele toppen en de bandingfactoren. Ook voor projecten waarvan de overeenstemmende projectcategorie is gewijzigd of geschrapt, worden de onrendabele toppen en bandingfactoren herberekend.]
Het [VEKA] gebruikt voor haar berekening de berekeningsmethodiek en de parameters, zoals bepaald in bijlage III/1. Daarbij wordt enkel geactualiseerd in functie van de opbrengst elektriciteit voor projecten zonder brandstofkosten.
[In afwijking van het eerste en tweede lid herberekent het [VEKA] voor alle lopende projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013 en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar voor de productie van groene stroom de onrendabele toppen en bandingfactoren en actualiseert deze op basis van de tarieven van de vennootschapsbelasting.]
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 2 B.Vl.Reg. 29 mei 2015 (BS 4 juni 2015 (ed. 2)), bij art. 15 B.Vl.Reg. 30 november 2018 (BS 27 december 2018 (ed. 1)), met ingang van 1 januari 2019 (art. 72) en bij art. 61 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Onderafdeling III Berekening van de bandingfactoren voor kwalitatieve warmtekrachtkoppeling voor projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Artikel 6.2/1.4
Het [VEKA] berekent voor nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013 de onrendabele toppen en bandingfactoren op basis van de meest kostenefficiënte en performante type-installaties voor de volgende representatieve projectcategorieën:
[...]
[...]
[...]
[...]
4°/1
[[...]]
[kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op biogas met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 5 MWe:
a.
nieuwe installaties;
b.
ingrijpende wijzigingen;
Telkens bijkomend opgesplitst in subcategorieën voor:
1)
de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van punt 2) [...], en met uitsluiting van kwalitatieve warmte-krachtinstallaties [op stortgas of] op biogas, afkomstig van vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib;
2)
de GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie;
3)
[...]
]
[kwalitatieve warmte-krachtinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 5 MWe tot en met 20 MWe op biogas, afkomstig van de vergisting van mest- of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op stortgas of op biogas, afkomstig van [vergisting van] afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater, rioolwaterzuiveringsslib of GFT-afval:
a.
nieuwe installaties;
b.
ingrijpende wijzigingen;
]
[...]
[...]
[In afwijking van het eerste lid worden de productie-installaties, vermeld in het eerste lid, die aangesloten zijn op een directe lijn en daarin injecteren, ingedeeld in een niet-representatieve projectcategorie, vermeld in artikel 6.2/1.7, indien ze voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden.]
[Voor de indeling in de representatieve projectcategorieën vermeld in het eerste lid, worden projecten op verschillende sites beschouwd als verschillende projecten.]
[De minister kan nadere regels vaststellen betreffende de indeling van biogasinstallaties en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde inputstromen, en legt het betreffende ministerieel besluit voorafgaand aan de ondertekening als mededeling voor aan de Vlaamse Regering.]
Het [VEKA] gebruikt voor haar berekening de berekeningsmethodiek en de parameters, zoals bepaald in bijlage III/2.
Voor projecten die ook groenestroomcertificaten ontvangen, wordt eerst de onrendabele top en bandingfactor voor de toekenning van warmtekrachtcertificaten berekend zonder steun via de groenestroomcertificaten. Indien de onrendabele top niet volledig gedekt wordt door de toekenning van warmtekrachtcertificaten, wordt vervolgens de onrendabele top en bandingfactor voor de toekenning van groenestroomcertificaten berekend.
Een aanvraag om bijkomende representatieve projectcategorieën toe te voegen, kan ingediend worden bij het [VEKA]. Het [VEKA] stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Wetshistoriek
Lid 1:
inleidende bepaling gewijzigd bij art. 62 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221);
1° opgeheven bij art. 13, 1° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017);
2° tot 4° opgeheven bij art. 10, 1° B.Vl.Reg. 8 juli 2022 (BS 31 augustus 2022), voor het eerst van toepassing op nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2023 (art. 69);
4°/1 ingevoegd bij art. 3 B.Vl.Reg. 29 mei 2015 (BS 4 juni 2015 (ed. 2)) en opgeheven bij art. 10, 1° B.Vl.Reg. 8 juli 2022 (BS 31 augustus 2022), voor het eerst van toepassing op nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2023 (art. 69);
5° vervangen bij art. 13, 5° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017), van toepassing op installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2018 (art. 30);
5°, b., 1) gewijzigd bij art. 5, 1° en 2° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
5°, b., 3) opgeheven bij art. 5, 3° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
6° vervangen bij art. 13, 6° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017), van toepassing op installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2018 (art. 30) en gewijzigd bij art. 13, 2° B.Vl.Reg. 23 april 2021 (BS 28 mei 2021);
7° opgeheven bij art. 10, 2° B.Vl.Reg. 8 juli 2022 (BS 31 augustus 2022), voor het eerst van toepassing op nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2023 (art. 69)
8° opgeheven bij art. 5, 4° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1)).
Lid 2 ingevoegd bij art. 14 B.Vl.Reg. 30 november 2018 (BS 27 december 2018 (ed. 1)), van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2019 (art. 72).
Lid 3 ingevoegd bij art. 9 B.Vl.Reg. 15 december 2017 (BS 26 januari 2018).
Lid 4 ingevoegd bij art. 13, 7° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017), van toepassing op installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2018 (art. 30).
Lid 5 gewijzigd bij art. 62 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Lid 7 gewijzigd bij art. 62 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Overgangsbepaling(en)
Overgangsbepaling: art. 14 B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1)).
Voorgeschiedenis
Lid 1:
2° en 3° vervangen bij art. 13, 2° en 3° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017), van toepassing op installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2018 (art. 30) en gewijzigd bij art. 5, 1° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
4° gewijzigd bij art. 10 B.Vl.Reg. 10 juli 2015 (BS 20 augustus 2015 (ed. 2)), met ingang van 30 augustus 2015 (art. 35) en bij art. 5, 1° B.Vl.Reg. 10 juli 2020 (BS 21 augustus 2020 (ed. 1));
4°/1 vervangen bij art. 13, 4° B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017) en gewijzigd bij art. 13, 1° B.Vl.Reg. 23 april 2021 (BS 28 mei 2021).

Artikel 6.2/1.4/1
Het [VEKA] herberekent voor alle lopende projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013 en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1 augustus tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar voor warmte-krachtkoppeling de onrendabele toppen en bandingfactoren en actualiseert deze op basis van de tarieven van de vennootschapsbelasting.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 16 B.Vl.Reg. 30 november 2018 (BS 27 december 2018 (ed. 1)), met ingang van 1 januari 2019 (art. 72) en gewijzigd bij art. 63 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Onderafdeling IV Rapport van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Wetshistoriek
Opschrift gewijzigd bij art. 64 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Artikel 6.2/1.5

§ 1

Het [VEKA] maakt op basis van de berekeningen, vermeld in artikel 6.2/1.2, 6.2/1.3 en 6.2/1.4, een ontwerprapport op voor de vastlegging van de onrendabele toppen en de bandingfactor voor nieuwe en lopende projecten.
Onder de voorwaarden, vermeld in artikel 7.1.10, § 4 en artikel 7.1.11, § 3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 bevat het ontwerprapport, vermeld in het eerste lid, tevens een evaluatie van het quotumpad en de productiedoelstellingen.

§ 2

Het [VEKA] zorgt er voor dat alvorens zij haar definitief rapport, aan de minister en de Vlaamse Regering mededeelt, zij hierover een stakeholdersoverleg organiseert. Het [VEKA] kan iedere instantie of organisatie raadplegen, waarvan zij het advies nuttig acht en zal in elk geval een brede consultatie organiseren van de betrokken sectoren. Zij zorgt er tevens voor dat het ontwerp via de website van het [VEKA] kan worden geconsulteerd en geeft een gemotiveerd en objectief onderbouwd antwoord op de ontvangen opmerkingen.
Bij de bekendmaking wordt duidelijk aangegeven dat de door het [VEKA] in het kader van het eerste lid aangeschreven instanties of organisaties binnen een door het [VEKA] gestelde termijn eventuele opmerkingen kunnen bezorgen aan het [VEKA] op de wijze, vermeld bij de bekendmaking.
Na beëindiging van de termijn, vermeld in het tweede lid, beschikt het [VEKA] over een termijn van een maand om haar definitief rapport mede te delen aan de Vlaamse Regering en de minister. Het [VEKA] maakt haar definitief rapport bekend via haar website.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Wetshistoriek
§§ 1 en 2 gewijzigd bij art. 65 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Onderafdeling V Vastlegging van de bandingfactoren
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Artikel 6.2/1.6
De minister valideert bij ministerieel besluit de in het rapport van het [VEKA], vermeld in artikel 6.2/1.5, § 2, derde lid, vervatte bandingfactoren. Als de minister wenst af te wijken van de in het rapport opgenomen bandingfactoren, dan legt zij aan de Vlaamse Regering een gemotiveerd voorstel tot beslissing voor.
De aangepaste bandingfactoren voor nieuwe projecten worden van toepassing vanaf 1 januari volgende op de bekendmaking van de beslissing van de minister of de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad. [...] De geactualiseerde bandingfactoren voor lopende projecten met startdatum vanaf 1 januari 2013 zijn van toepassing één maand na de publicatie van het definitief rapport van het [VEKA].
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 21 B.Vl.Reg. 21 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 1)), met ingang van 31 december 2012 (art. 37).
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 14 B.Vl.Reg. 12 mei 2017 (BS 21 juni 2017) en bij art. 66 B.Vl.Reg. 11 december 2020 (BS 17 december 2020), met ingang van 1 januari 2021 (art. 221).
Voorgeschiedenis
Gewijzigd bij art. 2 B.Vl.Reg. 10 januari 2014 (BS 14 februari 2014).