Meer info
     

01/06/1995 Vlarem II
Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (titel II van het VLAREM)

Bijlage 4.4.4 Lucht: controlemeetprogramma

§ 1

Het controlemeetprogramma omvat de procedure zoals weergegeven in het hierna volgende schema:[
]

§ 2

Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder “drempelwaarde” verstaan de grootste van de volgende twee waarden:
1/4 van de emissiegrenswaarde;
de [bepalingsdrempel] van de meetmethode.

§ 3

De betekenis van het in § 1 weergegeven schema is de volgende:
In dit schema wordt voor de richtingsaanduiding van de verbindingslijnen de volgende conventie aangenomen:
voor de richtingen van boven naar beneden en deze van links naar rechts wordt geen pijl geplaatst;
voor de richtingen van beneden naar boven en deze van rechts naar links wordt wel een pijl geplaatst.
Procedurestappen:
(1)
bepaling meetwaarde “MW”:
het programma start (aangegeven door “start” bovenaan rechts) met de bepaling van de meetwaarde “MW”; deze bepaling is de eerste die na het eerste jaar voortgaande op de meetfrequentie van het eerste jaar wordt gepland;
(2)
meetwaarde “MW” ≤ drempelwaarde ?
indien de meetwaarde “MW” kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde gaat men verder naar stap (3), anders naar stap (6);
(3)
voldaan aan de drempelwaarde ?
indien de meetwaarde “MW” kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde en indien reeds minstens 10 metingen zijn uitgevoerd, wordt het geometrisch gemiddelde bepaald van de resultaten van de laatste 10 metingen; indien dit geometrisch gemiddelde kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde en slechts 1 individuele waarde groter is dan de drempelwaarde dan is “voldaan aan” de drempelwaarde en wordt overgegaan naar stap (5), zo niet naar stap (4);
(4)
t = basisfrequentie/4
indien aan de voorwaarde van (3) niet voldaan wordt, dient de volgende controlemeting overeenkomstig de basisfrequentie/4 uitgevoerd te worden([, met een minimum van 1 keer per jaar];
(5)
indien aan de drempelwaarde wordt voldaan, kan de parameter worden verwijderd uit het controlemeetprogramma mits het inachtnemen van de vastgestelde werkvoorwaarde (14);
(6)
meetwaarde ≤ 1/2 van de emissiegrenswaarde “GW” ?
er wordt nagezien of de meetwaarde lager is dan de helft van de emissiegrenswaarde; in dit geval gaat men door naar (7) anders naar (8);
(7)
t = basisfrequentie/2
indien de meetwaarde ≤ 1/2 van de emissiegrenswaarde “GW” dan dient de volgende controlemeting te worden uitgevoerd overeenkomstig de basisfrequentie/2[, met een minimum van 1 keer per jaar];
(8)
meetwaarde ≤ emissiegrenswaarde “GW” ?
indien de meetwaarde hoger is dan de helft van de emissiegrenswaarde “GW”, wordt nagezien of de meetwaarde zich lager dan de emissiegrenswaarde situeert;
(9)
t = basisfrequentie
indien de meetwaarde ≤ emissiegrenswaarde “GW” is dan dient de volgende controlemeting te worden uitgevoerd met frequentie gelijk aan de basisfrequentie;
(10)
controlemeting binnen de 2 weken
indien de meetwaarde de emissiegrenswaarde “GW” overtreft dient:
nagegaan te worden of de werkvoorwaarden normaal zijn; zo nodig dienen correctieve maatregelen genomen te worden;
nagegaan te worden of de meetmethodiek in orde is; zo nodig dienen correctieve maatregelen genomen te worden;
een tweede controlemeting uitgevoerd te worden binnen de 2 weken;
(11)
meetwaarde ≤ emissiegrenswaarde “GW”
indien het resultaat van deze controlemeting de emissiegrenswaarde respecteert komt men terug in het controlemeetprogramma;
(12)
meetwaarde > emissiegrenswaarde “GW”
indien het resultaat van de controlemeting de vorige meting bevestigt, dan dienen alle nodige maatregelen genomen te worden opdat de opgelegde emissiegrenswaarde zo snel mogelijk kan worden gerespecteerd;
(13)
maatregelen nemen om de emissie te verminderen
indien na de beoordeling blijkt dat de emissiegrenswaarde niet gerespecteerd wordt dienen maatregelen genomen te worden; deze kunnen zowel van technische als van organisatorische aard zijn, zoals bijvoorbeeld, het aanbrengen van verbeteringen zodat de emissiewaarde daalt tot beneden de grenswaarde [en er wordt een nieuwe controlemeting uitgevoerd];
(14)
werkvoorwaarden vastleggen
indien voldaan is aan de drempelwaarde dienen de werkingsvoorwaarden en -omstandigheden van de produktie vastgelegd te worden; indien de werkingsvoorwaarden of -omstandigheden wijzigen, wordt de emissietoestand opnieuw geanalyseerd;
Wetshistoriek
§ 1 gewijzigd bij art. 172, 1° B.Vl.Reg. 18 maart 2016 (BS 26 augustus 2016 (ed. 1)).
§ 2 gewijzigd bij art. 284 B. Vl. Reg. 19 januari 1999 (B.S., 31 maart 1999 (eerste uitg.)), met ingang van 1 mei 1999 (art. 303).
§ 3, enig lid:
2°, (4) gewijzigd bij art. 172, 2° B.Vl.Reg. 18 maart 2016 (BS 26 augustus 2016 (ed. 1));
2°, (7) gewijzigd bij art. 172, 3° B.Vl.Reg. 18 maart 2016 (BS 26 augustus 2016 (ed. 1));
2°, (13) gewijzigd bij art. 172, 4° B.Vl.Reg. 18 maart 2016 (BS 26 augustus 2016 (ed. 1)).