- (1)
- bepaling meetwaarde “MW”:
het programma start (aangegeven door “start” bovenaan rechts) met de bepaling van de meetwaarde “MW”; deze bepaling is de eerste die na het eerste jaar voortgaande op de meetfrequentie van het eerste jaar wordt gepland;
- (2)
- meetwaarde “MW” ≤ drempelwaarde ?
indien de meetwaarde “MW” kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde gaat men verder naar stap (3), anders naar stap (6);
- (3)
- voldaan aan de drempelwaarde ?
indien de meetwaarde “MW” kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde en indien reeds minstens 10 metingen zijn uitgevoerd, wordt het geometrisch gemiddelde bepaald van de resultaten van de laatste 10 metingen; indien dit geometrisch gemiddelde kleiner of gelijk is aan de drempelwaarde en slechts 1 individuele waarde groter is dan de drempelwaarde dan is “voldaan aan” de drempelwaarde en wordt overgegaan naar stap (5), zo niet naar stap (4);
- (4)
- t = basisfrequentie/4
indien aan de voorwaarde van (3) niet voldaan wordt, dient de volgende controlemeting overeenkomstig de basisfrequentie/4 uitgevoerd te worden([, met een minimum van 1 keer per jaar];
- (5)
- indien aan de drempelwaarde wordt voldaan, kan de parameter worden verwijderd uit het controlemeetprogramma mits het inachtnemen van de vastgestelde werkvoorwaarde (14);
- (6)
- meetwaarde ≤ 1/2 van de emissiegrenswaarde “GW” ?
er wordt nagezien of de meetwaarde lager is dan de helft van de emissiegrenswaarde; in dit geval gaat men door naar (7) anders naar (8);
- (7)
- t = basisfrequentie/2
indien de meetwaarde ≤ 1/2 van de emissiegrenswaarde “GW” dan dient de volgende controlemeting te worden uitgevoerd overeenkomstig de basisfrequentie/2[, met een minimum van 1 keer per jaar];