Meer info
     

19/04/1995 Loodsdecreet
Decreet van 19 april 1995 [betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende de brevetten van havenloods en bootman en diepzeeloods]

Hoofdstuk II Organisatie en werking van de loodsdienst

Wetshistoriek
Opschrift gewijzigd bij art. 3 Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009).

Afdeling 1 Toepassingsgebied

Artikel 4

Onverminderd de internationale verplichtingen die in verband met deze aangelegenheid op het Vlaamse Gewest rusten, regelt dit hoofdstuk de organisatie en de werking van de loodsdienst [...].
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op [de diepzeeloodsen en] de natuurlijke en rechtspersonen belast met het verstrekken van het gewone loodsen of van LOA of met de verkeersbegeleiding in gedecentraliseerd bestuurde havens en kanalen, uitgezonderd wat het zeekanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de oude kanaalarmen, de Moervaart, en de op deze wateren aansluitende en door de stad Gent beheerde dokken en darsen betreft.
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 4 Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009) en bij art. 8 Decr.Vl. 30 november 2012 (BS 19 december 2012 (ed. 2)).

Afdeling 2 Organisatie van de loodsdienst

Artikel 5

§ 1

Alleen de loodsdienst [...] is bevoegd om het gewone loodsen en LOA te verstrekken aan de vaartuigen die gebruik maken van of zich bevinden op de volgende wateren:
1°
de Belgische territoriale zee, in westelijke richting uitgebreid tot de rede van Duinkerke en in oostelijke richting uitgebreid tot de rede van Vlissingen;
2°
de Scheldemonden van de rede van Vlissingen tot de kruisstations van de loodsboten in zee;
3°
de vaarwateren tussen de kruisstations van de loodsboten tot de kusthavens;
4°
de Schelde stroomafwaarts Antwerpen tot de rede van Vlissingen;
5°
de rede van Antwerpen;
6°
de Schelde stroomopwaarts Antwerpen tot Dendermonde;
7°
[...];
8°
het zeekanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de oude kanaalarmen, de Moervaart, en de op deze wateren aansluitende en door de Stad Gent beheerde dokken en darsen;
9°
[de tijhavens van Oostende, Zeebrugge en Nieuwpoort en de wateren tussen deze havens en de aanpalende reden en het aan het getij onderworpen gedeelte van de haven van Antwerpen;]
10°
de toegangsgeulen van de op de voormelde wateren aansluitende keer- en schutsluizen;
11°
de andere op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gelegen stromen, rivieren, kanalen en bevaarbare wateren, die geen gecentraliseerd bestuurde havens of kanalen zijn.
Deze bevoegdheid omvat ook het verstrekken van het gewone loodsen en LOA aan de vaartuigen die een aan een van de genoemde wateren gelegen haven of aanlegplaats aanlopen of verlaten.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de gebieden waar de loodsdienst daadwerkelijk het gewone loodsen en LOA verstrekt.

§ 3

[...]
Wetshistoriek
§ 1, lid 1:
–
inleidende bepaling gewijzigd bij art 5, 1° Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009);
–
7° opgeheven bij art. 5, 2° Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009);
–
9° vervangen bij art. 5, 3° Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009).
§ 3 opgeheven bij art. 67, 2° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).

Artikel 5bis

Voor het vervoer te water van een loods zal de loodsdienst gebruik maken van de gespecialiseerde dienst van het Vlaamse Gewest.]
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 6 Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009).

Artikel 6

§ 1

De verstrekkers van het gewone loodsen en van LOA moeten houder zijn van een loodsbrevet.
De loodsbrevetten worden uitgereikt, geschorst en ingetrokken door de Vlaamse Regering, die de voorwaarden vaststelt waaronder zulks geschiedt.
De loodsen worden voorzien van een legitimatiebewijs. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van dit bewijs en de vermeldingen die erop voorkomen.

§ 2

[...]
Wetshistoriek
§ 2 opgeheven bij art. 7 Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009).

Afdeling 3 De verscherpte loodsplicht

Artikel 7

§ 1

De Vlaamse Regering bepaalt de gebieden waarbinnen de vaartuigen verplicht zijn om een loods aan boord te nemen.

§ 2

De Vlaamse Regering duidt de categorieën van vaartuigen en de gezagvoerders aan die van deze verplichting zijn vrijgesteld.
Daarbij dient de Vlaamse Regering onder meer:
1°
een onderscheid te maken naar het type, de bestemming, de afmetingen en/of de hoeveelheid of de soort lading van de vaartuigen;
2°
een stelsel in te voeren van individuele vrijstellingen die als gevolg van bijzondere omstandigheden worden verleend door de ambtenaren [van de bevoegde instantie] die de Vlaamse Regering aanwijst;
3°
een algemene vrijstelling te verlenen aan gezagvoerders die binnen een bepaalde termijn een bepaald aantal keren eenzelfde traject afleggen.
Zij wordt verleend aan de betrokken gezagvoerder en niet aan een vaartuig, aan een scheepvaartlijn of aan een reder. Ze geldt slechts voor het betrokken traject en ze is bovendien beperkt om met één welbepaald vaartuig of met vaartuigen van hetzelfde type te varen.
In uitzonderlijke omstandigheden of gevallen kunnen door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren [van de bevoegde instantie] een krachtens de voorgaande leden vrijgesteld vaartuig toch aan de verscherpte loodsplicht onderwerpen, of verplichtingen opleggen in verband met het gebruik maken van meer dan één loods.

[§ 2bis

De Vlaamse Regering kan ontheffing verlenen van de in § 1 vermelde verplichting. Aan die ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden.]

[§ 2ter

[...]
]

[§ 2quater

Elke deelname aan de bekwaamheidsproef om een algemene vrijstelling te verkrijgen, is afhankelijk van de betaling van een retributie.
Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, staat in verhouding tot de administratieve kosten voor de behandeling van de aanvraag voor de verklaring van vrijstelling en de organisatie van de bekwaamheidsproef, vermeld in het eerste lid.
Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari automatisch geïndexeerd overeenkomstig de Belgische consumptieprijsindex, op basis van het indexcijfer van de maand december van het voorafgaande jaar (basis 2013 = 100). Het verkregen resultaat wordt tot de hogere euro afgerond.
De Vlaamse Regering stelt het tarief en de nadere modaliteiten van de retributie, vermeld in het eerste lid, vast.
]

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt de gebieden waarbinnen en de omstandigheden waaronder de categorieën vaartuigen die zij aanduidt, van het loodsen op afstand gebruik moeten maken.
De bepalingen van §2 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 4

Het is de vaartuigen die onderworpen zijn aan de verscherpte loodsplicht, en die geen loods aan boord nemen, alsook de vaartuigen die van het loodsen op afstand gebruik moeten maken, en die nalaten of weigeren dit te doen, verboden de opvaart, de afvaart of de doorvaart aan te vatten of voort te zetten.
De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren [van de bevoegde instantie] kunnen dit verbod in uitzonderlijke omstandigheden of gevallen opheffen door vooraf een individuele toestemming te geven om te varen.

§ 5

Wanneer noch het gewone loodsen, noch LOA kan worden verstrekt, is het de vaartuigen verboden verder te varen, tenzij de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren [van de bevoegde instantie], rekening houdend met de in § 6 bedoelde belangen, een individuele toestemming hebben verleend om te varen.

§ 6

Bij de uitvoering van dit artikel en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan, wordt inzonderheid rekening gehouden met het belang van:
1°
de vrijwaring van de veiligheid, het vlotte verloop en de continuïteit van het scheepvaartverkeer;
2°
de instandhouding, de bescherming en het waarborgen van de bruikbaarheid van de vaarwegen en hun aanhorigheden;
3°
de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu.
Wetshistoriek
§ 2, lid 2, 2° gewijzigd bij art. 63, 1° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).
§ 2, lid 4 gewijzigd bij art. 63, 1° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).
§ 2bis ingevoegd bij art. 63, 2° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).
§ 2ter ingevoegd bij art. 7, 1° Decr.Vl. 22 maart 2024 (BS 26 april 2024), met ingang van 1 maart 2004 (art. 49) en opgeheven bij art. 7, 2° Decr.Vl. 22 maart 2024 (BS 26 april 2024).
§ 2quater ingevoegd bij art. 7, 3° Decr.Vl. 22 maart 2024 (BS 26 april 2024).
§ 4 gewijzigd bij art. 63, 1° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).
§ 5 gewijzigd bij art. 63, 1° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).

Afdeling 4 De uitvoering van de loodstaken

Artikel 8

[Zowel bij het verstrekken van loodsadvies bij het gewone loodsen, als bij het loodsen op afstand, treden de loodsen op als raadgever van de gezagvoerder.]
Alleen deze laatste is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.
De loodsen kunnen ter uitvoering van hun opdracht, maar wel onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de gezagvoerder, alle door de gezagvoerder nuttig of nodig geachte en eventueel zelfs stilzwijgend gedoogde intellectuele en materiële handelingen verrichten, met inbegrip van handelingen die betrekking hebben op aspecten van de eigenlijke navigatie.
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 8 Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009).

Artikel 9

[Met het oog op de goede werking van de loodsdienst en de veiligheid van de verkeersafwikkeling is een tijdige loodsbestelling aan de loodsdienst verplicht bij aankomst en vertrek op de wijze, in de vorm en binnen de termijn die door de Vlaamse Regering bepaald zijn.]
Wetshistoriek
Vervangen bij art. 9 Decr.Vl. 13 februari 2009 (BS 25 maart 2009).
Voorgeschiedenis
Gewijzigd bij art. 64 Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).

Artikel 10

De gezagvoerder is ertoe verplicht de loods, zolang hij aan boord blijft, kosteloos van behoorlijke voeding en logies te voorzien.
Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van de loods, zowel tijdens de volledige duur van het verblijf aan boord als bij het in- en ontschepen, ongeacht de wijze waarop het in- en ontschepen plaatsvindt.

Afdeling 5 Vaststelling en inning van de loodsgelden en andere vergoedingen

Artikel 11

Alle gezagvoerders van vaartuigen die er krachtens artikel 7 -- hetzij ingevolge een reglementaire bepaling hetzij ingevolge een beslissing met individuele strekking -- toe verplicht zijn een loods aan boord te nemen, zijn voor de verstrekking van het gewone loodsen de betaling van het gewone loodsgeld verschuldigd.
Het gewone loodsgeld is ook verschuldigd:
1°
door de gezagvoerders van de vaartuigen die er niet toe verplicht zijn een loods aan boord te nemen, maar vrijwillig gebruik maken van gewone loodsassistentie;
2°
door de gezagvoerders aan wie overeenkomstig artikel 7, §2, tweede lid, 3°, een algemene vrijstelling is verleend voor een bepaald traject.

Artikel 12

De Vlaamse regering bepaalt de gewone en bijzondere tarieven van het door de onderscheiden categorieën vaartuigen verschuldigde gewone loodsgeld, alsook de wijze waarop en de dienst of rechtspersoon door wie het gewone loodsgeld wordt geïnd.
Bij wijze van uitzondering kan de Vlaamse regering gezagvoerders van met een pedagogisch, humanitair of filantropisch doel ingezette en met name aangeduide vaartuigen die gebruik maken van het gewone loodsen, per bezoek of per doorvaart, vrijstellen van de betaling van het gewone loodsgeld.

Artikel 13

Voor het loodsen op afstand zijn alle gezagvoerders van vaartuigen die er krachtens artikel 7 -- hetzij ingevolge een reglementaire bepaling, hetzij ingevolge een beslissing met individuele strekking -- toe verplicht zijn van LOA gebruik te maken, de betaling van een LOA-vergoeding verschuldigd.
De LOA-vergoeding is ook verschuldigd:
–
door de gezagvoerders van de vaartuigen die er niet toe verplicht zijn van LOA gebruik te maken, maar vrijwillig van deze prestatie gebruik maken;
–
door de gezagvoerders aan wie overeenkomstig artikel 7,§ 2, tweede lid, 3°, en § 3 van hetzelfde artikel, een algemene vrijstelling is verleend voor een bepaald traject, voor zover op dit traject uitsluitend LOA wordt verstrekt.
De Vlaamse regering bepaalt het tarief van de door de onderscheiden categorieën vaartuigen verschuldigde LOA-vergoeding, alsook de wijze waarop en de dienst of de rechtspersoon door wie de LOA-vergoeding wordt geïnd.
Bij wijze van uitzondering kan de Vlaamse regering gezagvoerders van met name aangeduide en met een pedagogisch, humanitair of filantropisch doel ingezette vaartuigen die gebruik maken van LOA, per bezoek of doorvaart, vrijstellen van de betaling van de LOA-vergoeding.

Artikel 14

[...]
Wetshistoriek
Opgeheven bij art. 67, 3° Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).

Artikel 14bis

[...]
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 5 Decr.Vl. 19 december 2008 (BS 10 maart 2009, err. BS 1 april 2009 (ed. 1)), met uitwerking van 1 maart 2005 tot en met 4 november 2006 (art. 8, 4°).
Voorgeschiedenis
Ingevoegd bij art. 2 Decr.Vl. 19 december 2008 (BS 10 maart 2009), met uitwerking van 1 april 1996 tot en met 31 maart 1997 (art. 8, 1°), bij art. 3 Decr.Vl. 19 december 2008 (BS 10 maart 2009), met uitwerking van 1 april 1997 tot en met 31 december 2001 (art. 8, 2°) en bij art. 4 Decr.Vl. 19 december 2008 (BS 10 maart 2009, err. BS 1 april 2009 (ed. 1)), met uitwerking van 1 januari 2002 tot en met 28 februari 2005 (art. 8, 3°).

Artikel 15

Benevens het gewone loodsgeld of de LOA-vergoeding, [...] dienen de gezagvoerders de vergoedingen te betalen voor reis-, verplaatsings-, verblijfs-, voedings- en oponthoudkosten van de loodsen, alsook alle andere extra kosten in verband met het loodsen, waaronder eventueel de kosten voor de helikopterbeloodsing, onder de voorwaarden en overeenkomstig de regelen die door de Vlaamse regering bepaald zijn.
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 65 Decr. Vl. Parl. 16 juni 2006 (B.S., 26 oktober 2006 (tweede uitg.)).

Artikel 16

De reder, de scheepseigenaar, de bevrachter, de scheepsagent en eventueel door de door hen tot handelen gemachtigde persoon of personen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de loodsgelden en van de in artikel 15 bepaalde vergoedingen en kosten.

Artikel 17

§ 1

De gezagvoerders zijn verplicht de loodsgelden en de in artikel 15 bepaalde vergoedingen en kosten binnen één maand en in elk geval voor het eerstvolgende vertrek van het vaartuig naar zee of naar het buitenland, te betalen bij de door de Vlaamse regering aangewezen ontvangers, tenzij een door de bevoegde ontvanger voldoende geachte zekerheid is gesteld.

§ 2

De gezagvoerders van naar zee of naar het buitenland vertrekkende vaartuigen moeten in elk geval bij de bevoegde ontvanger een voldoende zekerheid stellen om de bedragen te dekken die na het vertrek van het vaartuig verschuldigd blijven.

[§ 2bis

De volgende elementen worden als voldoende geachte zekerheid aanvaard:
1°
een conventionele borgstelling door een scheepvaartvereniging voor haar onderschreven leden;
2°
een Europees domiciliëringsmandaat van het type business-to-business (b2b);
3°
een waarborg die een kredietinstelling of een verzekeringsinstelling van een lidstaat die behoort tot de Europese Economische Ruimte, of een andere land waartoe het vrije verkeer inzake bankwaarborgen is uitgebreid, toestaat voor de geraamde omzet per maand van het loodsgeld, de bunker adjustment factor (BAF) en de VBS-vergoeding;
4°
een individuele borgstelling in speciën per aanloop voor een forfait van het loodsgeld, de bunker adjustment factor (BAF) en de VBS-vergoeding.
]

§ 3

Aan de vaartuigen waarvoor niet tijdig voldaan wordt aan de in dit artikel bepaalde verplichtingen tot betaling of zekerheidsstelling, of waarvoor anderszins enig bedrag aan de loodsdienst of het Vlaamse Gewest schuldig blijft in verband met de in dit decreet bedoelde aangelegenheden, wordt door de dienst die met de inning van het betrokken bedrag is belast, een verbod tot afvaart opgelegd.
Een dergelijk verbod wordt van kracht na eenvoudige mededeling ervan door de betrokken dienst aan de gezagvoerder, de reder of zijn aangestelde.
Om de naleving of de tenuitvoerlegging van het verbod te verzekeren, kan de betrokken dienst een beroep doen op de medewerking van de havenkapiteindiensten, de havenmeesters, de brug- en sluiswachters en de andere bevoegde ambtenaren.
Het verbod wordt opgeheven nadat de betrokken dienst meegedeeld heeft dat het vaartuig aan de uit dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
De Vlaamse regering kan ter zake nadere procedurevoorschriften vaststellen en bepalen welke ambtenaren met het nemen van de in dit artikel bedoelde maatregelen belast zijn.

§ 4

Indien tegen het vaartuig waarop de vordering van de loodsdienst of het Vlaamse Gewest betrekking heeft, geen afdoend afvaartverbod kon worden uitgesproken, kan eenzelfde verbod ook worden uitgesproken tegen elk zusterschip van het vaartuig waarop de bedoelde vordering betrekking heeft, zelfs al is dit zusterschip gereed om uit te varen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder zusterschip verstaan, elk vaartuig waarvan de betrokken dienst weet of althans redelijkerwijze kan vermoeden, dat de eigenaar of eigenaars, of de bevrachter, dezelfde of voor een overwegend gedeelte dezelfde zijn als die van het vaartuig waarop de vordering van de betrokken dienst betrekking heeft.
Wetshistoriek
§ 2bis ingevoegd bij art. 9 Decr.Vl. 9 oktober 2020 (BS 27 november 2020).

Artikel 18

De rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarin de haven van vertrek of aankomst gelegen is neemt kennis van elke vordering betreffende de krachtens deze afdeling verschuldigde bedragen.
Wanneer het vaartuig verscheidene havens heeft aangelopen, zijn alle rechtbanken van koophandel van het rechtsgebied waarin deze havens gelegen zijn, gelijkelijk bevoegd.
De rechtbank van koophandel te Antwerpen is bevoegd:
1°
wanneer de haven van vertrek of aankomst buiten het Koninkrijk ligt of onbekend is;
2°
wanneer de haven van vertrek of aankomst in het Koninkrijk ligt, maar buiten de grenzen van het Vlaamse Gewest.