08/05/2019 Belgisch Scheepvaartwetboek
Belgisch Scheepvaartwetboek
Titel 1 Sancties
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Afdeling 1 Sanctiematen
Artikel 4.1.1.1 Strafrechtelijke en administratieve sancties
§ 1
De in dit wetboek omschreven inbreuken worden bestraft met een sanctie van niveau 1, 2, 3, 4, 5, 6 of 7.
De sanctie van niveau 1 bestaat in een administratieve geldboete van 10 tot 200 euro.
De sanctie van niveau 2 bestaat in hetzij een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 1 000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 1 000 euro.
De sanctie van niveau 3 bestaat in hetzij een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 5 000 euro of in een van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 50 tot 5 000 euro.
De sanctie van niveau 4 bestaat in hetzij een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en een strafrechtelijke geldboete van 500 tot 30 000 euro of in een van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 500 tot 30 000 euro.
De sanctie van niveau 5 bestaat in hetzij een opsluiting van vijf jaar tot vijftien jaar en een strafrechtelijke geldboete van 5 000 tot 100 000 euro of in een van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 5 000 tot 100 000 euro.
De sanctie van niveau 6 bestaat uit een opsluiting van twintig jaar tot levenslang en een strafrechtelijke geldboete van 5 000 tot 100 000 euro.
De sanctie van niveau 7 bestaat in hetzij een strafrechtelijke geldboete van 250 000 tot 1 000 000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 250 000 tot 1 000 000 euro.
§ 2
De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de in dit wetboek bedoelde administratieve geldboeten.
De sanctionerende overheid maakt in haar beslissing melding van de vermenigvuldiging overeenkomstig de voormelde wet van 5 maart 1952 en vermeldt het bedrag dat van deze verhoging het gevolg is.
Afdeling 2 Strafrechtelijke sanctionering
Artikel 4.1.1.2 Herhaling
Bij herhaling binnen het jaar dat volgt op een veroordeling, kan de straf op het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hoofdstuk V van Boek 1 van het Strafwetboek is niet van toepassing.
Artikel 4.1.1.3 Deelneming
Hoofdstuk VII van Boek 1 van hetStrafwetboek is van toepassing.
In afwijking van artikel 69 van het Strafwetboek, kan de straf voor medeplichtigen aan een misdaad of een wanbedrijf niet hoger zijn dan twee derden van die welke op hen zou worden toegepast, indien zij de daders van die misdaad of dat wanbedrijf waren.
Artikel 4.1.1.4 Verzachtende omstandigheden
Indien verzachtende omstandigheden voorhanden zijn, kan de geldboete worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum dat echter niet lager mag zijn dan 26 euro.
Ingeval verzachtende omstandigheden voorhanden zijn, kan de gevangenisstraf worden verminderd overeenkomstig artikel 85 van het Strafwetboek.
Artikel 4.1.1.5 Burgerrechtelijke aansprakelijkheid
De personen die op grond van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk zijn voor de schadevergoeding en de kosten, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de strafrechtelijke geldboeten waartoe hun aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.
Afdeling 3 Administratieve sanctionering
Artikel 4.1.1.6 Procedure
Voor zover de feiten strafrechtelijk kunnen worden vervolgd overeenkomstig artikel 4.1.1.1. kan er een administratieve geldboete worden opgelegd overeenkomstig de procedure vastgelegd in hoofdstuk 2 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.
Het bestraffen van feiten, die uitsluitend kunnen worden bestraft met een administratieve geldboete, moet gebeuren overeenkomstig de procedure vastgelegd in hoofdstuk 3 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.
Artikel 4.1.1.7 Burgerrechtelijke aansprakelijkheid
De personen die op grond van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk zijn voor de schadevergoeding en de kosten, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboeten waartoe hun aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 114 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.1.8 Administratieve maatregel
Het bestraffen van feiten die bestraft kunnen worden met het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip moet gebeuren overeenkomstig de procedure vastgelegd in hoofdstuk 2 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 12 Wet 29 juni 2022 (BS 19 juli 2022), met ingang van 1 augustus 2022 (art. 23).
Hoofdstuk 2 Sanctionering van de inbreuken
Afdeling 1 Internationale verdragen en akten
Artikel 4.1.2.1 Inbreuk op artikel 1.1.2.4
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die een overtreding begaat van de besluiten die werden genomen bij toepassing van artikel 1.1.2.4.
§ 2
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die een productnorm, vastgesteld in toepassing van artikel 1.1.2.4 en aangenomen in uitvoering van de communautaire wetgeving vermeld in bijlage bij de Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht, overtreedt, indien die wederrechtelijke handeling of nalatigheid begaan wordt met het oogmerk het lozen, uitstoten of storten van een hoeveelheid materie in de lucht, de grond of het water te veroorzaken, waardoor de dood van of ernstige letsels aan personen, dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt of kan worden veroorzaakt;
- 2°
- eenieder die opzettelijk aanzet tot het plegen van de inbreuk bepaald onder 1°.
In afwijking van artikel 43, eerste lid, van het Strafwetboek, kan de rechter in de door de Koning bepaalde gevallen de verbeurdverklaring of de aanhouding van het schip bevelen. De aanhouding geschiedt op de plaats en voor de duur bepaald door de rechter en op kosten en risico van de eigenaar.
Afdeling 2 Zeevaart
Onderafdeling 1 Schepen
Artikel 4.1.2.2 Inbreuk op de artikelen 2.2.1.2 tot 2.2.1.11
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft de scheepseigenaar, de reder, de exploitant, de bevrachter, de kapitein en eenieder die de artikelen 2.2.1.2 tot 2.2.1.10 of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
[In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.]
§ 2
Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, eenieder die bij de toepassing van de artikelen 2.2.1.2 tot 2.2.1.10 wetens en willens foutieve informatie aan het Belgisch Scheepsregister bezorgt.
§ 3
[...]
§ 4
De zeeschepen die niet voldoen aan de door of krachtens de artikelen 2.2.1.2 tot 2.2.1.10 opgelegde verplichting tot registratie, kunnen door de scheepvaartcontroleurs worden aanhouden tot die verplichting is nagekomen.
Wetshistoriek
§ 1 gewijzigd bij art. 115, 1° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 3 opgeheven bij art. 115, 2° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.3 Inbreuk op de artikelen 2.2.2.3 of 2.2.2.5
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:
- 1°
- de kapitein of de eigenaar van een Belgisch zeeschip dat niet voorzien is van een geldige meetbrief, andere dan een Suez- of Panamameetbrief;
- 2°
- de kapitein of de eigenaar van een Belgisch zeeschip die de in artikel 2.2.2.5 bedoelde verplichting niet naleeft.
Er wordt echter geen gevangenisstraf opgelegd
Artikel 4.1.2.4 Inbreuk op artikel 2.2.2.9
Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de kapitein of zijn lasthebber die artikel 2.2.2.9 overtreedt.
Artikel 4.1.2.5 Inbreuk op de artikelen 2.2.2.10 of 4.2.1.27
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die de in artikel 4.2.1.27, § 1, en 2 bedoelde inspectie verhindert of belemmert;
- 2°
- eenieder die weigert in te gaan op de in artikel 2.2.2.10 bedoelde vordering tot vaststelling van de bruto- of nettotonnenmaat van het zeeschip.
[In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.]
Wetshistoriek
Lid 2 ingevoegd bij art. 116 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.6 Inbreuk op de artikelen 2.2.3.1 tot 2.2.3.16, 4.2.1.28 of 4.2.4.1
§ 1
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft:
- 1°
- de kapitein of de scheepseigenaar die, zelfs buiten België, een schip zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of Belgische binnenwateren een schip doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt;
- 2°
- de kapitein of de scheepseigenaar die, zelfs buiten België, een schip zonder een krachtens de artikelen 2.2.3.6 tot 2.2.3.9 of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten opgelegd certificaat van deugdelijkheid of in weerwil van een door de bevoegde overheid opgelegd verbod of uitgeoefend recht tot aanhouding doet varen of het zonder toelating tot afvaart zee doet kiezen.
De in dit artikel bepaalde sancties kunnen ten aanzien van de kapitein worden verminderd tot één vierde van de straffen waarmee de scheepseigenaar kan worden gestraft, indien bewezen is dat de kapitein van de scheepseigenaar schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen de inbreuk te plegen.
[§ 1/1
In afwijking van paragraaf 1 wordt bestraft met sanctie van niveau 3 de kapitein of de scheepseigenaar die het artikel 2.2.3.9., 1°, f) of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
]
§ 2
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die de artikelen 2.2.3.1 tot [2.2.3.16], 4.2.1.28 of 4.2.4.1, § 2, en 3, of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt;
- 2°
- eenieder die de opdracht van de bevoegde overheid of van deskundigen, uitgevoerd krachtens voormelde bepalingen, verhindert of belemmert.
De in dit artikel bepaalde sancties zijn ook van toepassing wanneer de strafbare feiten door de kapitein, de officieren of personen van Belgische nationaliteit buiten België zijn gepleegd.
De in dit artikel bepaalde sancties kunnen ten aanzien van de kapitein worden verminderd tot één vierde van de straffen waarmee de scheepseigenaar kan worden gestraft, indien bewezen is dat de kapitein van de scheepseigenaar schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen de inbreuk te plegen.
§ 3
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, iedere schepeling die de aanhouding of het verbod tot afvaart van een schip uitlokt door onjuist bevonden beweringen.
Indien de onjuiste beweringen willens en wetens zijn geuit, wordt de schuldige gestraft met een sanctie van niveau 3.
§ 4 [
In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.
]
Wetshistoriek
Opschrift gewijzigd bij art. 117, 1° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 1/1 ingevoegd bij art. 13 Wet 29 juni 2022 (BS 19 juli 2022), met ingang van 1 augustus 2022 (art. 23).
§ 2, lid 1, 1° gewijzigd bij art. 117, 2° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 4 vervangen bij art. 117, 3° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.7 Inbreuk op artikel 2.2.5.43
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de gezagvoerder en eenieder die, kennis hebbende van de beschikking, het vonnis of het arrest bedoeld in artikel 2.2.5.43, zich tegen de tenuitvoerlegging daarvan verzet.
Artikel 4.1.2.8 Inbreuken op de SRC-Verordening
§ 1
Onverminderd de toepassing van de strengere straffen in paragraaf 2 wordt met een sanctie van niveau 4 bestraft, eenieder die een inbreuk begaat op de SRC-Verordening.
§ 2
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft, een scheepseigenaar, zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, 14°, van de SRC-Verordening, van een Belgisch schip:
- 1°
- dat gerecycled wordt in een scheepsrecyclinginrichting die niet opgenomen is in de Europese lijst van scheepsrecyclinginrichtingen overeenkomstig artikel 16 van de SRC-Verordening; of
- 2°
- dat gerecycled wordt en niet in het bezit is van een Geschikt voor recycling-certificaat als bedoeld in artikel 3, eerste lid, 22°, van de SRC-Verordening.
§ 3 [
In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.
]
Wetshistoriek
§ 3 vervangen bij art. 118 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.8/1 Inbreuken op de Dubbelwand-Verordening
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft, de scheepseigenaar en/of de exploitant die de Dubbelwand-Verordening overtreedt.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 119 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.8/2 Inbreuken op internationale verdragen
Rekening houdend met de internationale voorschriften wordt bestraft met een sanctie van niveau 5 eenieder die, [internationale en Unierechtelijke verdragen en akten betreffende de scheepvaart] overtreedt. Indien voor deze inbreuken een specifieke sanctie is opgenomen in dit wetboek of in een andere wet, heeft deze specifieke sanctie voorrang op dit artikel.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op inbreuken die gebeuren op volle zee en het schip zich vrijwillig in een Belgische haven of offshore-terminal bevindt, rekening houden met de geldende internationale voorschriften.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 119 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)) en gewijzigd bij art. 14 Wet 29 juni 2022 (BS 19 juli 2022), met ingang van 1 augustus 2022 (art. 23).
Artikel 4.1.2.8/3 Drugs en Alcohol
§ 1
Onderstaande sancties zijn van toepassing op:
- 1°
- Belgische zeeschepen, met uitzondering van Belgische zeeschepen die zich bevinden in de Belgische binnenwateren;
- 2°
- pleziervaartuigen die ingeschreven zijn overeenkomstig artikel 5.2.1.2., met uitzondering van pleziervaartuigen die zich bevinden in de Belgisch binnenwateren;
- 3°
- zeeschepen en pleziervaartuigen die opereren in Belgische maritieme zones;
- 4°
- zeeschepen en pleziervaartuigen die vertrekken vanuit België naar de Belgische maritieme zones;
- 5°
- zeeschepen en pleziervaartuigen die vanuit maritieme zones aankomen in België.
§ 2
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft
- 1°
- iedereen die vaart, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip;
- 2°
- iedereen die op het punt staat te varen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip;
wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed aangeeft.
§ 3
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft
- 1°
- iedereen die vaart, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip;
- 2°
- iedereen die op het punt staat te varen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip;
wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet, de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft, wanneer de speekselanalyse de aanwezigheid aantoont van de hieronder vermelde stoffen en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes:
|
|
|
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)
|
|
|
|
|
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)
|
|
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine
|
|
Cocaïne of Benzoylecgonine
|
|
Of wanneer de bloedanalyse de aanwezigheid aantoont van de hieronder vermelde stoffen en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes:
|
|
|
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)
|
|
|
|
|
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)
|
|
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine
|
|
Cocaïne of Benzoylecgonine
|
|
- 3°
- iedereen die geweigerd heeft zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, of, zonder wettige reden, geweigerd heeft de bloedproef te laten nemen;
- 4°
- iedereen die het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan die houder is, niet heeft afgegeven, of het schip heeft bestuurd, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip wanneer dit verboden is.
§ 4
De personen die door de Koning zijn belast met het toezicht kunnen het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan de betrokkene houder is inhouden overeenkomstig de door de Koning bepaalde duur waarvoor het verboden is om het schip te besturen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. De Koning bepaalt de wijze waarop de vaststellingen moeten gebeuren.
§ 5
De voorgaande sancties kunnen worden aangevuld met het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip voor een duur van een maand en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan de betrokkene houder is, moet gedurende die periode worden afgegeven bij de scheepvaartpolitie.
De voorgaande sancties kunnen worden aangevuld met de vereiste dat er een medisch certificaat wordt voorgelegd om de geschiktheid aan te tonen om een schip te besturen, een persoon te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip.
§ 6
Het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wordt opgelegd als de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden om een vaartuig te besturen naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van dit artikel.
De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een schip te besturen.
§ 7
Behalve dan bij samenloop wordt er voor bovenstaande inbreuken geen gevangenisstraf opgelegd.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 15 Wet 29 juni 2022 (BS 19 juli 2022), met ingang van 1 augustus 2022 (art. 23).
Onderafdeling 2 Reders
Artikel 4.1.2.9 Inbreuk op de artikelen 2.3.2.4 of 4.2.1.29
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.3.2.4 of het verwijderingsbevel bedoeld in artikel 4.2.1.29 overtreedt.
Artikel 4.1.2.10 Inbreuk op de artikelen 2.3.2.6 tot 2.3.2.17
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die een [zeeschip] exploiteert zonder dat alle door het BUNKER-Verdrag, het CLC-Verdrag, het WRC-Verdrag of de artikelen 2.3.2.6 tot 2.3.2.17 van dit wetboek voorgeschreven geldige certificaten aan boord zijn of in overeenstemming met artikel 2.3.2.14, § 4, in een elektronisch register beschikbaar zijn; er wordt echter geen opsluiting of gevangenisstraf opgelegd.
Het eerste lid is van toepassing op:
- 1°
- Belgische [zeeschepen], ongeacht de plaats waar de inbreuk is gepleegd;
- 2°
- vreemde [zeeschepen], ingeval het [zeeschip] een haven op het Belgisch grondgebied of een buitengaats in de territoriale zee gelegen installatie aanloopt, zal aanlopen of verlaat.
Wetshistoriek
Lid 1 gewijzigd bij art. 120, 1° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Lid 2, 1° en 2° gewijzigd bij art. 120, 1° en 2° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.11 Inbreuk op de artikelen 2.3.2.19 tot 3.2.28
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die een [zeeschip] exploiteert zonder dat alle door het PAL-Verdrag, de PAL-Verordening, de artikelen 2.3.2.19 tot 2.3.2.28 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten voorgeschreven geldige certificaten aan boord zijn of in overeenstemming met artikel 2.3.2.26, § 3, in een elektronisch register beschikbaar zijn;
- 2°
- eenieder die een [zeeschip] exploiteert zonder de door het PAL-Verdrag, de PAL-Verordening, de artikelen 2.3.2.19 tot 2.3.2.28 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten voorgeschreven verzekering of andere financiële zekerheid.
Het eerste lid is van toepassing op:
- 1°
- Belgische [zeeschepen], ongeacht de plaats waar de inbreuk is gepleegd;
- 2°
- vreemde [zeeschepen], ingeval het [zeeschip] een haven op het Belgisch grondgebied aanloopt, zal aanlopen of verlaat.
Wetshistoriek
Lid 1 gewijzigd bij art. 121, 1° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Lid 2, 1° en 2° gewijzigd bij art. 121, 1° en 2° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Onderafdeling 3 Opvarenden
Artikel 4.1.2.12 Inbreuk op de artikelen 2.4.3.1 tot 2.4.3.6
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de scheepseigenaar of exploitant die een maritieme veiligheidsonderneming inzet zonder aan de voorwaarden van aritkel 2.4.3.3. en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten te voldoen.
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de scheepseigenaar of exploitant die een inbreuk op de meldingsplicht heeft begaan bedoeld in artikel 2.4.3.4 of de schriftelijke overeenkomst in artikle 2.4.3.5 niet heeft gesloten.
Artikel 4.1.2.13 Inbreuk op de artikelen 2.4.4.1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de bepalingen van artikel 2.4.4.1. overtreedt.
In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde misdrijven niet worden bestraft met een administratieve geldboete.
Artikel 4.1.2.14 Inbreuk op de artikelen 2.4.4.2 en 2.4.4.3
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die bepalingen van artikel 2.4.4.2 of 2.4.4.3 overtreedt.
Artikel 4.1.2.15 Herhaalde inbreuk op artikel 2.4.5.3
Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, de schepeling die zich tijdens éénzelfde reis schuldig maakt aan herhaalde scheepvaarttuchtvergrijpen als bepaald in artikel 2.4.5.3.
Artikel 4.1.2.16
Wetshistoriek
Opgeheven bij art. 16 Wet 29 juni 2022 (BS 19 juli 2022), met ingang van 1 augustus 2022 (art. 23).
Artikel 4.1.2.17 Inbreuk op artikel 2.4.5.5
§ 1
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.5 overtreedt.
§ 2
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de in paragraaf 1 genoemde inbreuk begaat indien door die handelingen aan boord brand is ontstaan.
Artikel 4.1.2.18 Inbreuk op de artikelen 2.4.5.6 of 2.4.5.7
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de artikelen 2.4.5.6 of 2.4.5.7 overtreedt.
Artikel 4.1.2.19 Inbreuk op artikel 2.4.5.8
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.8 overtreedt.
Artikel 4.1.2.20 Inbreuk op artikel 2.4.5.9
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.9 overtreedt.
Artikel 4.1.2.21 Inbreuk op artikel 2.4.5.10
Met de straffen bepaald in hoofdstuk I van titel IX van boek II van het Strafwetboek wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.10 overtreedt. Ingeval het misdrijf wordt gepleegd door de gezagvoerder of door een schepeling, mogen die straffen echter niet lager zijn dan die voor huisdiefstal.
Artikel 4.1.2.22 Inbreuk op artikel 2.4.5.11
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.11 overtreedt door vermenging van de levensmiddelen met niet schadelijke stoffen.
§ 2
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.11 overtreedt door middel van schadelijke stoffen.
Artikel 4.1.2.23 Inbreuk op artikel 2.4.5.12, § 1, of 2
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.12, § 1, of 2 overtreedt.
Artikel 4.1.2.24 Inbreuk op artikel 2.4.5.12, § 3
Onverminderd de artikelen 66 en 67 van het Strafwetboek wordt met een sanctie van niveau 2 bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.12, § 3, overtreedt.
Artikel 4.1.2.25 Inbreuk op artikel 2.4.5.13
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.13 overtreedt terwijl het schip veilig in een haven ligt.
§ 2
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.13 overtreedt terwijl het schip op een open rede ligt of in zee is. In het laatste geval wordt de minimumstraf verdubbeld.
Artikel 4.1.2.26 Inbreuk op artikel 2.4.5.14
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.14 overtreedt.
Ingeval de inbreuk door schepelingen gezamenlijk wordt begaan, wordt de minimumstraf verdubbeld. Ingeval het officieren zijn, worden zij bestraft met een sanctie van niveau 5.
Geen straf wordt echter uitgesproken tegen hen die aan de feiten deelnemen, zonder daartoe te hebben opgeruid of de leiding te hebben genomen, en zich verwijderen op de eerste waarschuwing van de gezagvoerder of van een officier.
Artikel 4.1.2.27 Inbreuk op artikel 2.4.5.15
Met de straffen bepaald in de artikelen 271, 272 en 274 van het Strafwetboek en volgens de aldaar gemaakte onderscheidingen wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.15 overtreedt.
Wordt de inbreuk gepleegd door meer dan een derde van de bemanning, dan wordt zij bestraft met een sanctie van niveau 5.
Geen straf wordt echter uitgesproken tegen hen die aan de feiten deelnemen, zonder daartoe te hebben opgeruid of de leiding te hebben genomen, en zich verwijderen op de eerste waarschuwing van de gezagvoerder of van een officier.
Artikel 4.1.2.28 Inbreuk op artikel 2.4.5.16
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.16 overtreedt.
Artikel 4.1.2.29 Inbreuk op artikel 2.4.5.17
Met de straffen bepaald in artikelen 280 van het Strafwetboek, volgens de aldaar gemaakte onderscheidingen en onverminderd de toepassing van de artikelen 399, tweede lid, 400 en 401 van hetzelfde wetboek wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.17 overtreedt.
Artikel 4.1.2.30 Inbreuk op artikel 2.4.5.18
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 4.5.18 overtreedt.
Geen straf wordt echter uitgesproken tegen hen die aan de feiten deelnemen, zonder daartoe te hebben opgeruid of de leiding te hebben genomen, en zich verwijderen op de eerste waarschuwing van de gezagvoerder of van een officier.
Artikel 4.1.2.31 Inbreuk op artikel 2.4.5.19
§ 1
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die artikel 2.4.5.19, § 1, overtreedt;
- 2°
- eenieder die artikel 2.4.5.19, § 2, overtreedt.
§ 2
Met de in de artikelen 257 en 266 van het Strafwetboek bepaalde straffen wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.19, § 3, overtreedt.
Artikel 4.1.2.32 Inbreuk op artikel 2.4.5.20
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.20 overtreedt.
Artikel 4.1.2.33 Inbreuk op artikel 2.4.5.21
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.21 overtreedt.
Artikel 4.1.2.34 Inbreuk op artikel 2.4.5.22, § 1
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.22, § 1, overtreedt.
Artikel 4.1.2.35 Inbreuk op artikel 2.4.5.22, § 2, of 3
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die artikel 2.4.5.22, § 2, overtreedt;
- 2°
- eenieder die artikel 2.4.5.22, § 3, overtreedt.
§ 2
Maakt de schuldige bedoeld in paragraaf 1 deel uit van de bemanning van een Belgisch schip, dan bedraagt het minimale bedrag van de strafrechtelijke of administratieve geldboete 500 euro.
Artikel 4.1.2.36 Inbreuk op artikel 2.4.5.23
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.23 overtreedt.
Artikel 4.1.2.37 Inbreuk op artikel 2.4.5.24 tot 2.4.5.27
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die artikel 2.4.5.24 overtreedt;
- 2°
- eenieder die artikel 2.4.5.25 overtreedt;
- 3°
- eenieder die artikel 2.4.5.26 overtreedt;
- 4°
- eenieder die artikel 2.4.5.27 overtreedt.
Artikel 4.1.2.38 Inbreuk op artikel 2.4.5.28
Met de straffen bepaald in artikel 501 van het Strafwetboek wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.28 overtreedt.
Artikel 4.1.2.39 Inbreuk op artikel 2.4.5.29
Met de straffen bepaald in de artikelen 16 en 17, § 2, van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.29 overtreedt.
Artikel 4.1.2.40 Inbreuk op artikel 2.4.5.30
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft eenieder die artikel 2.4.5.30 overtreedt
Artikel 4.1.2.41 Inbreuk op artikel 2.4.5.31 tot 2.4.5.37, artikel 8 van het Aanvaringsverdrag 1910 en artikel 10.1 van het Bergingsverdrag 1989
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die artikel 2.4.5.31 overtreedt;
- 2°
- eenieder die artikel 2.4.5.32 overtreedt;
- 3°
- eenieder die artikel 2.4.5.33 overtreedt;
- 4°
- eenieder die artikel 2.4.5.34 overtreedt;
- 5°
- eenieder die artikel 2.4.5.35 overtreedt;
- 6°
- eenieder die artikel 8 van het Aanvaringsverdrag 1910 overtreedt;
- 7°
- eeniederdie artikel 10.1 van het Bergingsverdrag 1989 overtreedt.
Artikel 4.1.2.42 Inbreuk op artikel 2.4.5.36
§ 1
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.36, § 1, of artikel 2.4.5.36, § 2, overtreedt.
§ 2
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die een inbreuk begaat op artikel 2.4.5.36, § 3.
Artikel 4.1.2.43 Inbreuk op artikel 2.4.5.37
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.37 overtreedt.
Artikel 4.1.2.44 Inbreuk op artikel 2.4.5.38 of 2.4.5.39
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die artikel 2.4.5.38 overtreedt;
- 2°
- eenieder die artikel 2.4.5.39 overtreedt.
Artikel 4.1.2.45 Inbreuk op artikel 2.4.5.40
Met de straffen bepaald in de artikelen 510, 511, 513, 514 en 518 van het Strafwetboek, en volgens de aldaar gemaakte onderscheidingen, wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.40, § 1, overtreedt.
Opvarenden die artikel 2.4.5.40, § 2, overtreden worden gestraft met de onmiddellijk lagere straf behalve in geval van een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting. In dat geval worden die personen gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting.
De in artikel 510 van het Strafwetboek bepaalde straffen zijn van toepassing op eenieder die artikel 2.4.5.40, § 3, overtreedt.
De in artikel 516 van het Strafwetboek bepaalde straffen zijn van toepassing op eenieder die artikel 2.4.5.40, § 4, overtreedt.
Artikel 4.1.2.46 Inbreuk op artikel 2.4.5.41
§ 1
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.41, § 1, overtreedt;
§ 2
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die artikel 2.4.5.41, § 2, overtreedt.
Onderafdeling 4 Zee en havens
Artikel 4.1.2.47 Inbreuk op artikel 2.5.1.2
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die het COLREG-Verdrag, artikel 2.5.1.2 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
[In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.]
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 122 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.48 Inbreuk op de ISPS-Verordeningen of de artikelen 2.5.2.1 tot 2.5.2.71
§ 1
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die de ISPS-Verordening overtreedt;
- 2°
- eenieder die de artikelen 2.5.2.1 tot 2.5.2.71 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt;
- 3°
- eenieder die de opdrachten van de NAMB, LCMB, scheepvaartcontrole, Cel Maritieme Beveiliging[, de Scheepvaartpolitie] of de inspectiediensten, uitgevoerd krachtens de ISPS-Verordening of de artikelen 2.5.2.1 tot 2.5.2.71 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten, verhindert of belemmert.
§ 2
Eenieder die een ongeoorloofde actie heeft gesteld wordt gestraft met de sanctie uit het Strafwetboek [of de bijzondere strafwetten] die hierop is gesteld of met een sanctie van niveau 5, welke van de 2 de zwaarste is.
§ 3
Met een sanctie van niveau 5 wordt gestraft, eenieder die medewerking heeft verleend door handelingen te stellen of door het nalaten te handelen ongeoorloofde acties heeft toegelaten of vergemakkelijkt.
§ 4
Bij veroordeling wegens een van de misdrijven bedoeld in paragraaf 2 en 3 kan de rechter het tijdelijk verbod uitspreken om zich [binnen de Belgische havens of havenfaciliteiten] in de zin van artikel 2.5.2.3, 4° en 5° te begeven overeenkomstig de modaliteiten van artikel 4, § 3bis van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.
[Elke overtreding van het verbod bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met de straf bepaalt in artikel 4, § 5, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.]
§ 5
De overtredingen bedoeld in paragraaf 2 en 3 zijn niet strafbaar met een administratieve sanctie.
§ 6
De procureur des Konings, de arbeidsauditeur, de federale procureur of de procureur-generaal bij het hof van beroep, al naar het geval, kan, wanneer het noodzakelijk is voor de openbare veiligheid dat ondernemingen die een havenfaciliteit exploiteren administratieve maatregelen kunnen nemen tegen verdachten van een overtreding bedoeld in de paragrafen 1 of 2, aan deze ondernemingen meedelen dat er een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek loopt naar een overtreding bedoeld in de paragrafen 1 of 2. Indien het een gerechtelijk onderzoek betreft, kan deze mededeling slechts worden gedaan met akkoord van de onderzoeksrechter.
[§ 7
Personen die het verbod bedoeld in artikel 2.5.2.98 overtreden worden gestraft met een sanctie van niveau 4 en kunnen gestraft worden met het havenverbod overeenkomstig de nadere regels van artikel 4, § 3bis, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Werkgevers die personen tewerkstellen in een beroep, functie of mandaat zoals bedoeld in artikel 2.5.2.97 zonder over een positief veiligheidsadvies te beschikken, worden gestraft met een sanctie van niveau 4.
]]
Wetshistoriek
Art. vervangen bij art. 12 Wet 13 oktober 2022 (BS 26 oktober 2022), met ingang van 1 januari 2023 (art. 36).
§ 1, enig lid, 3° gewijzigd bij art. 34, 1° Wet 16 mei 2024 (BS 4 juli 2024), met ingang van 1 juni 2024 (art. 47).
§ 2 gewijzigd bij art. 34, 2° Wet 16 mei 2024 (BS 4 juli 2024), met ingang van 1 juni 2024 (art. 47).
§ 4 gewijzigd bij art. 35, 1° en 2° Wet 16 mei 2024 (BS 4 juli 2024), met ingang van 1 juni 2024 (art. 47).
§ 7 ingevoegd bij art. 34, 3° Wet 16 mei 2024 (BS 4 juli 2024), met ingang van 1 juni 2024 (art. 47).
Artikel 4.1.2.48/1 Beeldopnames van havens en havenfaciliteiten
Eenieder die op welke wijze dan ook beeldopnames maakt [van een haven, een havenfaciliteit of de terminal gelegen in het binnenland zoals bedoeld in artikel 2.5.2.3, 4°, 5° en 16°, zonder de toelating van de havenbeheerder of de exploitant van de havenfaciliteit of de terminal gelegen in het binnenland], en waarop de delen van de beveiligingsinfrastructuur duidelijk herkenbaar zijn wordt gestraft met een sanctie van niveau 2.
Indien deze beeldopnames worden gemaakt met het oogmerk om ongeoorloofde acties zoals bedoeld in artikel 2.5.2.2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek te plegen of te vergemakkelijken wordt de betrokkene gestraft met de sanctie zoals bedoeld in artikel 4.1.2.48, § 3.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 13 Wet 13 oktober 2022 (BS 26 oktober 2022), met ingang van 1 januari 2023 (art. 36) en gewijzigd bij art. 36 Wet 16 mei 2024 (BS 4 juli 2024), met ingang van 1 juni 2024 (art. 47).
Artikel 4.1.2.48/2 Schending van de ?ISPS-restricted?
Eenieder die een document dat krachtens artikel 2.5.2.13 met “ISPS-restricted” werd aangemerkt, gebruikt buiten het kader van het doel waarvoor het is opgesteld, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van 100 euro tot 1.000 euro of met een van die straffen alleen.
Indien de schending bedoeld in het eerste lid heeft geleid tot een ongeoorloofde actie wordt de maximale straf verdubbeld.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 13 Wet 13 oktober 2022 (BS 26 oktober 2022), met ingang van 1 januari 2023 (art. 36).
Artikel 4.1.2.49 Inbreuk op de artikelen 2.5.3.1 tot 2.5.3.12, 4.2.1.9, § 1, 4.2.1.10, 4.2.1.14 of 4.2.1.32 tot 4.2.1.41
§ 1
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft:
- 1°
- de scheepseigenaar, de reder, de exploitant, de beheerder of de bevrachter van een schip aan boord waarvan de artikelen 2.5.3.4 of 2.5.3.10 [...] niet werden nageleefd;
- 2°
- onverminderd paragraaf 2, iedere andere persoon die artikel 2.5.3.5 [...] overtreedt;
- 3°
- [de scheepseigenaar, de reder, de exploitant, de beheerder of de bevrachter van een schip die de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3 overtreedt.]
Ingeval het schip een pleziervaartuig of een vissersschip is, worden de inbreuken bestraft met een sanctie van niveau 4.
Ingeval de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang, wordt het bedrag van de maximale strafrechtelijke of administratieve geldboete verdubbeld.
§ 2
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:
- 1°
- de kapitein van een schip ander dan een pleziervaartuig of een vissersschip die de artikelen 2.5.3.4, 2.5.3.7, 2.5.3.8 of 2.5.3.10 [...] overtreedt, zich verzet tegen het bepaalde in de artikelen 4.2.1.9, § 1, 4.2.1.10, 4.2.1.14, 4.2.1.33 en 4.2.1.34, § 2, tot 7 of zich niet houdt aan de door die bepalingen opgelegde verplichtingen;
- 2°
- de schipper of voerder van een pleziervaartuig of vissersschip die artikel 2.5.3.4 overtreedt, zich verzet tegen het instellen van een onderzoek of zich onttrekt aan de aanhouding als bedoeld in artikel 4.2.1.34, § 6, tot 7;
- 3°
- de officieren of andere bemanningsleden van een schip die de artikelen 2.5.3.4, 2.5.3.7 of 2.5.3.10 [...] overtreden, zich verzetten tegen het bepaalde in de artikelen 4.2.1.9, § 1, 4.2.1.10, 4.2.1.14, 4.2.1.33 en 4.2.1.34, § 2, tot 7 of zich de door die bepalingen opgelegde verplichtingen niet nakomen;
- 4°
- [de gezagvoerder, officieren of andere bemanningsleden die de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3 overtreden.]
§ 3
In de volgende gevallen spreekt de rechter hoe dan ook een gevangenisstraf uit:
- 1°
- de inbreuk heeft over een uitgestrekt gebied grote schade veroorzaakt aan de kwaliteit van water of aan dier- en plantensoorten of delen daarvan;
- 2°
- de inbreuk is gepleegd in het kader van een criminele organisatie gedefinieerd door artikel 324bis van het Strafwetboek.
- 3°
- de inbreuk heeft de dood van een persoon veroorzaakt.
§ 4
De vorige paragraaf is van toepassing onder voorbehoud van het internationaal recht, met name artikel 230 van het VN-Zeerechtverdrag.
§ 5
Diegene die wordt gestraft met een in de paragrafen 1 of 2 bedoelde strafrechtelijke geldboete of instemt met een in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering bedoelde minnelijke schikking moet [dertig procent] van het bedrag van de uitgesproken geldboete of van de minnelijke schikking rechtstreeks storten in het Fonds Leefmilieu.
§ 6
Onverminderd de toepassing van Boek I van het Strafwetboek, kan de geïdentificeerde natuurlijke persoon, in afwijking van artikel 5, tweede lid van het Strafwetboek, steeds samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld wegens de overtreding van de artikelen 2.5.3.1 tot [2.5.3.12] of 4.2.1.32 tot 4.2.1.41 van dit wetboek [of de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3.]
§ 7
Schepen die op zee of in Belgische havens worden aangehouden krachtens artikel 4.2.1.34, § 6, tot 7, worden onmiddellijk vrijgegeven nadat in de Deposito-en Consignatiekas een borgsom wordt gestort ten bedrage van de door de paragrafen 1 en 2 bepaalde maximale geldboeten, verhoogd met de opdeciemen. Het storten van de borgsom kan, zonder kosten voor de overheid, worden vervangen door een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank.
§ 8
De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing, een minnelijke schikking of een definitieve beslissing ingevolge administratieve vervolging, naargelang het geval, wordt op de borgsom verhaald.
Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald.
De interesten van de in consignatie gegeven som worden bij de borgsom gevoegd.
[§ 9
In afwijking van artikel 4.1.1.1. en paragrafen 1 en 2 worden lozingen van verboden schadelijke stoffen in de atmosfeer door schepen enkel bestraft met een administratieve geldboete.
]
Wetshistoriek
Opschrift gewijzigd bij art. 123, 1° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 1, lid 1:
- –
- 1° en 2° gewijzigd bij art. 123, 2° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2));
- –
- 3° ingevoegd bij art. 123, 3° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 2, enig lid:
- –
- 1° en 3° gewijzigd bij art. 123, 2° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2));
- –
- 4° ingevoegd bij art. 123, 4° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 5 gewijzigd bij art. 14 Wet 13 oktober 2022 (BS 26 oktober 2022), met ingang van 1 januari 2023 (art. 36).
§ 6 gewijzigd bij art. 123, 5° en 6° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
§ 9 ingevoegd bij art. 123, 7° Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Onderafdeling 5 Bevrachting en vervoer
Artikel 4.1.2.50 Inbreuk op de Passagiersrechtenverordening
§ 1
Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 4, eerste lid van de Passagiersrechtenverordening;
- 2°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 12 van de Passagiersrechtenverordening.
§ 2
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 6 van de Passagiersrechtenverordening;
- 2°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 8 van de Passagiersrechtenverordening;
- 3°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 15 van de Passagiersrechtenverordening;
- 4°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 16 van de Passagiersrechtenverordening;
- 5°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 17 van de Passagiersrechtenverordening;
- 6°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 18 van de Passagiersrechtenverordening;
- 7°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 19 van de Passagiersrechtenverordening;
- 8°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 22 van de Passagiersrechtenverordening.
§ 3
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 7, eerste lid van de Passagiersrechtenverordening;
- 2°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 9 van de Passagiersrechtenverordening;
- 3°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 10 van de Passagiersrechtenverordening;
- 4°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 11 van de Passagiersrechtenverordening;
- 5°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 13 van de Passagiersrechtenverordening;
- 6°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 23 van de Passagiersrechtenverordening.
§ 4
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 4, tweede lid van de Passagiersrechtenverordening;
- 2°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 7, tweede lid van de Passagiersrechtenverordening;
- 3°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 14 van de Passagiersrechtenverordening;
- 4°
- eenieder die een inbreuk begaat op artikel 24 van de Passagiersrechtenverordening.
[§ 5
In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.
]
Wetshistoriek
§ 5 ingevoegd bij art. 124 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Onderafdeling 6 Scheepvaartvoorvallen
Artikel 4.1.2.51 Inbreuk op het FUND-Verdrag, het FUND-Protocol 2003 en de artikelen 2.7.3.12, 2.7.3.13, 2.7.3.14 en 4.2.4.2
§ 1
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, iedere persoon die op Belgisch grondgebied bijdragende olie ontvangt en die de artikelen 10 van het FUND-Verdrag 1992 en van het FUND-Protocol 2003 overtreedt, alsook eenieder die de artikelen 2.7.3.12, 2.7.3.13, 2.7.3.14 en 4.2.4.2, § 1, derde lid, of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
§ 2
De personen bedoeld in artikel 2.7.3.12, eerste lid, zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboete en kosten waartoe hun organen, aangestelden, lasthebbers of vertegenwoordigers zijn veroordeeld.
De burgerlijk aansprakelijke personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van geldboeten en kosten die op grond van paragraaf 1 zijn uitgesproken.
Artikel 4.1.2.52 Inbreuk op de artikelen 2.7.6.3 tot 2.7.6.7 of artikel 2.7.6.15
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die:
- 1°
- de artikelen 2.7.6.3 tot 2.7.6.7, al dan niet in samenhang met artikel 7.6.14 overtreedt;
- 2°
- de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 7.6.2 tot 7.6.7, al dan niet in samenhang met artikel 7.6.15 overtreedt.
Artikel 4.1.2.53 Inbreuk op het WRC-Verdrag en de artikelen 2.3.2.8, 2.3.2.11, 2.7.6.10 en 2.7.6.12
§ 1
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft:
- 1°
- eenieder die artikel 9.2 en 9.3 van het WRC-Verdrag overtreedt;
- 2°
- eenieder die de artikelen 2.3.2.8, § 8, of 2.3.2.14, § 3, overtreedt;
- 3°
- eenieder die artikel 2.7.6.12 overtreedt.
De in deze paragraaf bedoelde inbreuken kunnen worden vervolgd in België.
§ 2
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die de bij artikel 2.7.6.10, § 2, opgelegde verplichtingen niet naleeft.
Artikel 4.1.2.54 Inbreuk op de artikelen 2.7.7.1 tot 2.7.7.25
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de artikelen 2.7.7.1 tot 2.7.7.25 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt, of die de uitvoering van de opdracht van de FOSO of een andere bevoegde onderzoeksinstantie uitgeoefend krachtens deze bepalingen belemmert.
§ 2
Elke schending van het beroepsgeheim bedoeld in artikel 2.7.7.6, § 2, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.
Onverminderd artikel 458 van het Strafwetboek wordt met een sanctie van niveau 4 bestraft, de persoon die de identiteit onthult van een persoon die om anonimiteit verzoekt overeenkomstig artikel 2.7.7.18, § 2.
Afdeling 3 Binnenvaart
Artikel 4.1.2.55 Inbreuk op de artikelen 3.2.1.1 tot 3.2.1.5
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de artikelen 3.2.1.1 tot 3.2.1.5 of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
§ 2
Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, eenieder die bij de toepassing van de artikelen 3.2.1.1 tot 3.2.1.5 wetens en willens foutieve informatie aan het Belgisch Scheepsregister bezorgt.
Artikel 4.1.2.56 Inbreuk op de artikelen 3.3.2.1 tot 3.3.2.5
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de artikelen 3.3.2.1 tot 3.3.2.5 of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
[In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.]
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 125 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.57 Inbreuk op de artikelen 3.3.4.1
Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft, eenieder die een estauair schip exploiteert zonder dat de volgens artikel 3.3.4.1 geldige certificaten aan boord zijn of in overeenstemming met artikel 2.3.2.14, § 4, in een elektronisch register beschikbaar zijn. [In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete]
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 126 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.58 Inbreuk op de artikelen 3.6.1.1 tot 3.6.1.6
§ 1
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die de artikelen 3.6.1.1 tot 3.6.1.6 van dit wetboek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
§ 2
In afwijking van artikel 43, eerste lid, van het Strafwetboek, kan de rechter niet uitsluitend op grond van voornoemde inbreuk de bijzondere verbeurdverklaring van het schip uitspreken.
Bij een veroordeling van de vervoerder kan de rechter wel het tijdelijk verbod opleggen om van het schip dat gediend heeft tot het plegen van het misdrijf met het oog op vervoer of opslag van goederen gebruik te maken op Belgische binnenwateren. Het verbod mag niet meer dan twee jaar en mag niet minder dan één maand duren.
Het verbod neemt een aanvang zodra de veroordeling op tegenspraak of bij verstek in kracht van gewijsde is gegaan.
§ 3
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die een inbreuk begaat op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod wordt opgelegd met toepassing van § 2.
Tevens zijn, in geval van vaststelling van niet naleving van het krachtens § 2 vastgesteld verbod, de scheepvaartcontroleurs gerechtigd het betrokken schip, op kosten en risico van de scheepseigenaar, aan te houden voor een duurtijd gelijk aan deze tijdens welke het verbod niet werd nageleefd.
Artikel 4.1.2.59 Inbreuk op het CDNI-Verdrag
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, eenieder die het CDNI-Verdrag of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt, onverminderd de eventuele schadevergoeding.
Afdeling 4 Handhaving
Artikel 4.1.2.60 Verhindering of belemmering van handhaving
Met een sanctie van niveau 4 worden bestraft, eenieder die de door of krachtens dit wetboek geregelde handhaving, met inbegrip van de vaststelling van inbreuken en het onderzoek door de bevoegde personeelsleden van de overheid en de door de overheid aangestelde deskundigen, verhindert of belemmert.
Artikel 4.1.2.61 Smaden of slaan van scheepvaartcontroleurs of de Scheepvaartpolitie
Met de straffen bepaald in de artikelen 276 en 280 van het Strafwetboek, naar het aldaar voorziene onderscheid en onverminderd de toepassing van artikelen 299, 400 en 401 van hetzelfde Wetboek en de artikelen 2.4.5.16 en 2.4.5.17 van dit wetboek, wordt gestraft eenieder die de scheepvaartcontroleurs of de Scheepvaartpolitie in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun ambt smaadt of slaat.
Artikel 4.1.2.62 Inbreuk op artikel 4.2.1.15
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die de met toepassing van artikel 4.2.1.15 voorgeschreven maatregelen niet naleeft.
Artikel 4.1.2.63 Inbreuk op artikel 4.2.2.6
§ 1
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, eenieder die een inbreuk begaat op de besluiten genomen in uitvoering van artikel 4.2.2.6.
§ 2
Bij het vaststellen van een van de in paragraaf 1 bedoelde inbreuken kan, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt, en indien de overtreder ermee instemt, onmiddellijk een som worden geïnd. De Koning bepaalt:
- 1°
- het bedrag van voornoemde som, dat niet lager mag zijn dan 500 euro en niet hoger dan het maximum van de op de inbreuk toepasselijke geldboete, vermeerderd met de opdeciemen;
- 2°
- de nadere regels inzake de inning van de som.
Door betaling van de som vervalt de strafvordering en de administratieve vervolging, tenzij het Openbaar Ministerie binnen een maand, te rekenen vanaf de dag van de betaling, de betrokkene in kennis stelt van zijn voornemen de strafvordering in te stellen. Deze kennisgeving geschiedt bij een aangetekende zending; zij wordt geacht te zijn gedaan de eerste werkdag na de dag van afgifte.
§ 3
Indien de overtreder of zijn wettelijke vertegenwoordiger in België de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt, moet hij aan de optredende scheepvaartcontroleurs of personeelsleden van de Scheepvaartpolitie een som in consignatie geven bestemd om de desgevallend verschuldigde geldboete en de gerechtskosten te dekken.
De Koning bepaalt het bedrag van de som die in consignatie moet worden gegeven en de nadere regels inzake de inning.
Het door de overtreder bestuurde schip wordt op zijn kosten en risico aangehouden tot de voornoemde som betaald is en het bewijs geleverd wordt dat de desgevallend voor de bewaring van het schip gemaakte kosten betaald zijn.
Wanneer de voornoemde som niet is betaald na verloop van 96 uren vanaf de vaststelling van de inbreuk, kan het Openbaar Ministerie de inbeslagname van het schip bevelen.
Een bericht van inbeslagname wordt binnen de twee werkdagen gezonden aan de scheepseigenaar of zijn vertegenwoordiger in België.
Het risico en de kosten voor het schip blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder.
Het beslag wordt opgeheven nadat het bewijs wordt geleverd dat de som die in consignatie moet worden gegeven en de desgevallend gemaakte bewaringskosten betaald werden.
§ 4
Ingeval de strafvordering tot veroordeling van de betrokkene of zijn vertegenwoordiger in België leidt of de administratieve vervolging tot het opleggen van een administratieve geldboete leidt, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- 1°
- de geïnde of in consignatie gegeven som wordt toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten, geldboeten en wettelijke bijdragen verschuldigd aan de Staat; het eventuele overschot wordt terugbetaald;
- 2°
- indien het schip in beslag genomen is, wordt bij vonnis bevolen dat de administratie bevoegd voor het beheer van de Domeinen het schip ingeval van niet-betaling van de geldboete, de gerechtskosten en de wettelijke bijdragen verschuldigd aan de Staat moet verkopen binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak van het vonnis; deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel.
De opbrengst van de verkoop van het schip behoort van rechtswege toe aan de Staat voor het gedeelte van de uitgesproken geldboeten, gerechtskosten, kosten van slepen en bewaring van het schip en wettelijke bijdragen verschuldigd aan de Staat. Het overschot wordt aan de eigenaar van het verkochte schip terugbetaald.
§ 5
In geval van vrijspraak of, in geval van administratieve vervolging, zo geen administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt de geïnde of in consignatie gegeven som of het in beslag genomen schip teruggegeven; de eventuele bewaringskosten met inbegrip van sleepkosten vallen ten laste van de Staat.
§ 6
In geval van voorwaardelijke veroordeling dan wel opschorting van de uitspraak, of ingeval voor de gehele opgelegde administratieve geldboete uitstel van tenuitvoerlegging wordt toegestaan of de sanctionerende overheid overgaat tot een eenvoudige schuldigverklaring, wordt de geïnde of in consignatie gegeven som teruggegeven onder aftrek van de desgevallend verschuldigde gerechtskosten; het in beslag genomen schip wordt teruggegeven nadat het bewijs is geleverd dat de eventuele aan de Staat verschuldigde bewaringskosten, met inbegrip van sleepkosten, en de gerechtskosten betaald zijn.
§ 7
De in consignatie gegeven som of het in beslag genomen schip wordt teruggegeven wanneer het Openbaar Ministerie beslist geen vervolging in te stellen en de sanctionerende overheid de zaak klasseert zonder gevolg, of wanneer de strafvordering en de administratieve vervolging vervallen of verjaard is.
§ 8
De scheepvaartcontroleurs en de personeelsleden van de Scheepvaartpolitie zijn met de uitvoering van de paragrafen 2 tot 7 belast voor zover zij daartoe individueel zijn gemachtigd door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep van het rechtsgebied waar zij hun standplaats hebben.
Afdeling 5 Pleziervaart
Wetshistoriek
Afdeling 5 (art. 4.1.2.64) ingevoegd bij art. 127 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).
Artikel 4.1.2.64 Inbreuken op Boek 5
§ 1
De eigenaar van een pleziervaartuig dat in de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ wordt gebruikt en dat niet ingeschreven is overeenkomstig artikel 5.2.1.1 en de persoon die er op dat ogenblik mee vaart, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 2
Inbreuken op de andere bepalingen van afdeling 1 van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 1.
§ 3
Inbreuken op de bepalingen van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 3.
§ 4
Het varen met een pleziervaartuig zonder over het correcte vaarbevoegdheidsbewijs te beschikken wordt gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 5
Inbreuken op de andere bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 1.
§ 6
Inbreuken op artikel 5.5.2.1 worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 3. Inbreuken op de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 5.5.2.2, 2°, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 7
Inbreuken op de uitvoeringsbesluiten vastgesteld in uitvoering van artikel 5.1.1.2, § 3, en artikel 5.3.1.2, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 8
Indien de inbreuken gepleegd worden met een pleziervaartuig bestemd voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik worden de bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 7 verdubbeld.
Wetshistoriek
Ingevoegd bij art. 127 Wet 16 juni 2021 (BS 6 september 2021 (ed. 2)).